ECLI:NL:HR:2010:BM6079
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt recht op loonbetaling bij ziekte volgens artikel 7:629 BW
In deze zaak stond de vraag centraal of eiser recht had op doorbetaling van loon tijdens ziekte, zoals geregeld in artikel 7:629 van Pro het Burgerlijk Wetboek. De zaak betrof een arbeidsrechtelijk geschil tussen eiser en zijn voormalige werkgever I-Control B.V., waarbij eiser in cassatie ging tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam.
De feiten betreffen een arbeidsrelatie waarbij eiser wegens ziekte aanspraak maakte op loonbetaling. Het hof had eerder geoordeeld en de Hoge Raad werd gevraagd dit oordeel te toetsen. De Hoge Raad verwijst naar het vonnis van de kantonrechter en het arrest van het hof, waarbij eiser in eerste aanleg en hoger beroep niet in het gelijk werd gesteld.
De Hoge Raad concludeert dat de aangevoerde klachten in het cassatiemiddel niet tot cassatie kunnen leiden. Er is geen aanleiding om rechtsvragen te beantwoorden die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling. Het beroep wordt daarom verworpen en eiser wordt veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding, terwijl I-Control in cassatie verstek liet gaan.
Het arrest is gewezen door de raadsheren van Buchem-Spapens, van Oven, van Schendel en uitgesproken door raadsheer Numann op 3 september 2010.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het recht op loonbetaling bij ziekte wordt niet toegekend.