ECLI:NL:HR:2010:BM6235
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- H.A.G. Splinter-van Kan
- C.H.W.M. Sterk
- Rechtspraak.nl
Vermindering taakstraf en vervangende hechtenis wegens overschrijding redelijke termijn
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam waarin een taakstraf en vervangende hechtenis waren opgelegd aan de verdachte. De Hoge Raad oordeelt dat de middelen van cassatie niet tot vernietiging kunnen leiden, behalve wat betreft de strafoplegging.
De Advocaat-Generaal had geconcludeerd tot vernietiging van het arrest uitsluitend met betrekking tot de strafoplegging, vermindering van de taakstraf en de duur van de vervangende hechtenis, en verwerping van het beroep voor het overige. De Hoge Raad volgt dit advies en vernietigt het arrest alleen voor het aantal uren taakstraf en de duur van de vervangende hechtenis.
Verder stelt de Hoge Raad vast dat de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro is overschreden, aangezien meer dan twee jaar zijn verstreken sinds het instellen van het cassatieberoep. Dit leidt tot vermindering van de opgelegde taakstraf van 240 uur naar 228 uur en de vervangende hechtenis van 120 dagen naar 114 dagen.
De overige middelen worden verworpen en de Hoge Raad ziet geen andere gronden voor vernietiging. Het arrest wordt gewezen door de vice-president en raadsheren van de Strafkamer op 1 juni 2010.
Uitkomst: De taakstraf wordt verminderd tot 228 uur en de vervangende hechtenis tot 114 dagen wegens overschrijding van de redelijke termijn.