Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:HR:2010:BM6995

Hoge Raad

Datum uitspraak
17 september 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
08/04300
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 ROArt. 154 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad over ontbinding en schadevergoeding bij niet blijvende nakoming

In deze zaak stond de vraag centraal of bij een vordering tot ontbinding van een overeenkomst en schadevergoeding, nakoming blijvend onmogelijk moet zijn om verzuim achterwege te laten. De zaak betrof een civielrechtelijk geschil tussen eiser en verweerster over de vraag of verzuim vereist is indien nakoming niet blijvend of slechts tijdelijk onmogelijk is.

De Hoge Raad verwijst naar eerdere vonnissen en arresten van rechtbank en gerechtshof, die aan dit arrest zijn gehecht. Het hof had het geschil in het voordeel van verweerster beslist, waarna eiser beroep in cassatie instelde. Verweerster was niet verschenen in cassatie, en tegen haar was verstek verleend.

De Hoge Raad oordeelt dat de klachten van eiser niet tot cassatie kunnen leiden en dat gezien artikel 81 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie geen nadere motivering nodig is. Het beroep wordt verworpen en eiser wordt veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding, die nihil zijn vastgesteld aan de zijde van verweerster.

Het arrest is gewezen door de vice-president als voorzitter en vier raadsheren, en in het openbaar uitgesproken door een raadsheer op 17 september 2010.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en eiser wordt veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding.

Uitspraak

17 september 2010
Eerste Kamer
08/04300
DV/MD
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Eiser],
wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
advocaat: mr. E. Grabandt,
t e g e n
[Verweerster],
gevestigd te [vestigingsplaats],
VERWEERSTER in cassatie,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] en [verweerster].
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de vonnissen in de zaak 51106 / HA ZA 02-478 van de rechtbank Roermond van 10 oktober 2002, 19 december 2002 en 31 maart 2004,
b. de tussenarresten in de zaak C0401154/RO van het gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 31 januari 2006 en 29 mei 2007,
c. het eindarrest in de zaak, aldaar genummerd HD 103.000.997, van het gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 17 juni 2008.
Het eindarrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het eindarrest van het hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Tegen [verweerster] is verstek verleend.
De zaak is voor [eiser] toegelicht door zijn advocaat en door mr. M.A.M. Essed, advocaat bij de Hoge Raad.
De conclusie van de Advocaat-Generaal E.B. Rank-Berenschot strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerster] begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de vice-president D.H. Beukenhorst als voorzitter en de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, E.J. Numann, W.A.M. van Schendel en C.A. Streefkerk, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op
17 september 2010.