ECLI:NL:HR:2010:BM7048
Hoge Raad
- Cassatie
- D.H. Beukenhorst
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- E.J. Numann
- J.C. van Oven
- W.A.M. van Schendel
- Rechtspraak.nl
Vernietiging en verwijzing wegens onbehandeld laten essentiële stelling over vermogen na nalatenschapsverwerping
In deze cassatieprocedure verzocht de vrouw vernietiging van een beschikking van het gerechtshof te Amsterdam, waarin het hof de draagkracht van de man had vastgesteld zonder de essentiële stelling van de vrouw te behandelen dat de man (mede) over gelden uit de door hem verworpen nalatenschap kan beschikken.
De Hoge Raad verwijst naar eerdere beschikking waarin was vastgesteld dat het hof niet had onderzocht of de man daadwerkelijk over vermogen beschikte en dat het hof de draagkracht van de man moest beoordelen met inachtneming van de stelling van de vrouw over afspraken tussen de man en zijn dochters die inkomsten uit de nalatenschap mogelijk maken.
Na verwijzing onderzocht het hof de omstandigheden waaronder de man de nalatenschap had verworpen en stelde de draagkracht vast op basis van uitkeringen en hypothecaire lasten, waarbij rekening werd gehouden met een lening van een dochter voor hypotheekaflossing. Echter, het hof behandelde niet de stelling van de vrouw over de constructie met de dochters.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof deze essentiële stelling niet had mogen negeren en vernietigt de beschikking van het hof Amsterdam. De zaak wordt verwezen naar het gerechtshof te Arnhem voor verdere behandeling en beslissing, waarbij het hof de stelling van de vrouw moet betrekken in zijn oordeel.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de beschikking van het hof Amsterdam en verwijst de zaak naar het hof Arnhem voor verdere behandeling waarbij de essentiële stelling over het vermogen van de man betrokken moet worden.