ECLI:NL:HR:2010:BM7249
Hoge Raad
- Cassatie
- D.G. van Vliet
- C.B. Bavinck
- A.R. Leemreis
- E.N. Punt
- J.A.C.A. Overgaauw
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt naheffingsaanslag grondwaterbelasting wegens ontbreken houderschap inrichting
Belanghebbende kreeg voor 2003 een naheffingsaanslag, boete en heffingsrente opgelegd wegens grondwaterbelasting. Na bezwaar handhaafde de Inspecteur deze aanslag. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar het hof vernietigde de boetebeschikking en verklaarde het beroep daarop gegrond.
In cassatie werd beoordeeld of belanghebbende als belastingplichtige kon worden aangemerkt op grond van het houderschap van de inrichting die grondwater onttrekt. Het hof had geoordeeld dat zowel belanghebbende als de aannemer feitelijke machthebbers waren, maar de Hoge Raad stelde dat het tijdelijke uitzetten van de pompinstallatie door belanghebbende niet leidt tot houderschap volgens verkeersopvatting.
De Hoge Raad vernietigde daarom de naheffingsaanslag en bepaalde dat de Staat het griffierecht aan belanghebbende vergoedt. De Minister van Financiën werd veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de naheffingsaanslag grondwaterbelasting omdat belanghebbende niet als houder van de inrichting kan worden aangemerkt.