ECLI:NL:HR:2010:BM7674
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Verwerping cassatieberoep inzake verjaring pensioenstamrechtvordering
In deze zaak stond centraal of een vordering tot vestiging van een stamrecht of tot nakoming van aanspraken uit een reeds gevestigd stamrecht was verjaard. Eiser had tegen Philips een procedure gevoerd waarin hij deze vordering instelde. De rechtbank en het gerechtshof hadden reeds uitspraak gedaan, waarbij het hof het geschil beslechtte.
Eiser stelde beroep in cassatie in tegen het arrest van het hof, waarbij Philips verwerping van het beroep vorderde. De Advocaat-Generaal adviseerde eveneens tot verwerping van het cassatieberoep. De Hoge Raad concludeerde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en dat geen nadere motivering noodzakelijk was, mede gelet op artikel 81 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.
De Hoge Raad wees het beroep af en veroordeelde eiser in de kosten van het cassatiegeding. Daarmee werd de uitspraak van het hof bekrachtigd en bleef de verjaring van de vordering onverkort van toepassing.
Uitkomst: Het cassatieberoep van eiser wordt verworpen en eiser wordt veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding.