ECLI:NL:HR:2010:BM8062
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- J.W. Ilsink
- W.F. Groos
- Rechtspraak.nl
Vernietiging arrest en terugwijzing fiscale fraudezaak wegens onvoldoende bewezen opzet
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof te Leeuwarden waarin verdachte werd veroordeeld voor het opzettelijk onjuist doen van aangiften omzetbelasting namens de besloten vennootschap [A] B.V. over de periode januari tot en met december 1995.
Het Hof had geoordeeld dat verdachte als feitelijk leidinggever opdracht had gegeven tot het doen van onjuiste aangiften, waarbij te weinig omzet was opgegeven, en dat verdachte bewust naliet een suppletie-aangifte in te dienen na een waarschuwing van de accountant. De Hoge Raad oordeelt echter dat uit de bewijsmiddelen niet zonder meer kan worden afgeleid dat de vennootschap ten tijde van het indienen van de aangiften opzet had op het onjuist doen daarvan.
De enkele vaststelling dat verdachte begin 1996 door de accountant werd gewezen op de onjuistheden en dat geen suppletie werd ingediend, is onvoldoende om het opzet ten tijde van de aangiften aan te nemen. Daarom vernietigt de Hoge Raad het arrest voor zover het het onder 4 tenlastegelegde en de strafoplegging betreft en wijst de zaak terug naar het Hof voor hernieuwde berechting. Het beroep wordt voor het overige verworpen.
Uitkomst: Hoge Raad vernietigt arrest en wijst zaak terug voor hernieuwde berechting wegens onvoldoende bewijs van opzet.