2.3. Het Hof heeft ter motivering van de opgelegde straf het volgende overwogen:
"De officier van justitie heeft geëist dat verdachte wordt veroordeeld wegens het tenlastegelegde feit tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van negen maanden met aftrek.
De rechtbank Utrecht heeft de verdachte veroordeeld wegens het tenlastegelegde feit tot een gevangenisstraf voor de duur van zes maanden, waarvan drie maanden voorwaardelijk, een werkstraf voor de duur van 180 uren, te vervangen door 90 dagen hechtenis en een geldboete van € 10.000,-. Verdachte heeft tegen dit vonnis hoger beroep ingesteld.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat verdachte wordt veroordeeld tot dezelfde straf als door de rechtbank is opgelegd.
De hierna te melden strafoplegging is in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte en zijn draagkracht, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.
Verdachte heeft in opdracht van andere personen pakketten hashish vervoerd en afgeleverd bij een bedrijventerrein. Aldaar werden de pakketten verwerkt in auto's om verder vervoerd te worden. De pakketten waren onder meer bedoeld voor de export naar Engeland. Verdachte "liep dan voor een bepaald gedeelte in het transport mee".
Verdachte heeft zich derhalve in georganiseerd verband ingelaten met de handel in drugs, welke handel tevens was gericht op het buitenland. Verdachte heeft welbewust gehandeld om er zelf financieel beter van te worden. Uit niets blijkt dat verdachte zich heeft bekommerd over de nadelige gevolgen die het in de (internationale) handel brengen van drugs heeft, niet alleen voor de gezondheid van de gebruikers ervan, maar ook voor de nationale en internationale rechtsorde. Het hof rekent de verdachte het feit dan ook zwaar aan. Ten nadele van verdachte houdt het hof tevens rekening met het feit dat verdachte heeft erkend dat hij zich al vanaf het begin van 2005 met de handel van verdovende middelen heeft bezig gehouden. Anders dan de raadsman heeft betoogd, heeft verdachte naar het oordeel van het hof geen schoon schip gemaakt. Hij heeft geen volledige openheid van zaken willen geven.
Het bovenstaande in acht nemende zou een hogere straf dan door de rechtbank is opgelegd passend en geboden zijn. In het bijzonder zou een hogere onvoorwaardelijke gevangenisstraf in aanmerking komen.
Naar het oordeel van het hof bestaat er echter aanleiding om, gelet op de hiervoor vastgestelde aanvankelijke onzorgvuldigheden in de betreffende processen-verbaal en de gang van zaken bij de politieverhoren alsmede op de persoonlijke omstandigheden van verdachte, waarbij het hof acht heeft geslagen op het Uittreksel Justitiële Documentatie, gedateerd 17 oktober 2008, waaruit blijkt dat verdachte niet eerder is veroordeeld voor overtreding van de Opiumwet, en de omstandigheid dat verdachte een baan heeft met zicht op een vast dienstverband, een gevangenisstraf van zodanige duur op te leggen, dat verdachte het onvoorwaardelijk deel van die straf, rekening houdend met de aftrek van de door hem ondergane preventieve hechtenis, reeds heeft uitgezeten. Daarnaast zal het hof een forse werkstraf van de hierna aan te geven duur opleggen. Gelet op de omstandigheid dat verdachte handelde uit financieel gewin zal het hof tevens een geldboete opleggen."