ECLI:NL:HR:2010:BN0007
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- H.A.G. Splinter-van Kan
- W.F. Groos
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid cassatieberoep tegen vrijspraak ten aanzien van feit 1
De zaak betreft een cassatieberoep van verdachte tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam waarin hij werd vrijgesproken van feit 1. Het hof sprak verdachte vrij, waarna het Openbaar Ministerie en verdachte in cassatie gingen. De Hoge Raad beoordeelde de ontvankelijkheid van het beroep en stelde vast dat verdachte geen rechtens te respecteren belang had bij het instellen van cassatie tegen de vrijspraak. Hierdoor werd hij niet-ontvankelijk verklaard voor dat onderdeel van het beroep.
De advocaat-generaal had geconcludeerd dat verdachte niet-ontvankelijk moest worden verklaard voor de beslissingen met betrekking tot feit 1 en het beroep voor het overige moest worden verworpen. De Hoge Raad volgde dit advies en verwierp de overige middelen zonder nadere motivering, omdat deze geen rechtsvragen opriepen die van belang waren voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
Het arrest werd gewezen door de vice-president en twee raadsheren, en uitgesproken op 16 november 2010. De uitspraak bevestigt dat cassatieberoep tegen een vrijspraak alleen ontvankelijk is indien er een rechtens te respecteren belang bestaat, wat hier ontbrak.
Uitkomst: Verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard in cassatie tegen de vrijspraak van feit 1 en het beroep wordt voor het overige verworpen.