ECLI:NL:HR:2010:BN0040
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- H.A.G. Splinter-van Kan
- W.F. Groos
- Rechtspraak.nl
Vermindering gevangenisstraf wegens overschrijding redelijke termijn in cassatie
In deze strafzaak is door de verdachte cassatie ingesteld tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam. De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep. De Hoge Raad vernietigt het bestreden arrest alleen wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf en vermindert deze tot zes jaar en acht maanden.
De overige middelen van cassatie worden verworpen omdat zij geen aanleiding geven tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of rechtsontwikkeling. De Hoge Raad constateert dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6, eerste lid, EVRM is overschreden doordat meer dan zestien maanden zijn verstreken sinds het instellen van het cassatieberoep terwijl de verdachte in voorlopige hechtenis verbleef.
Op grond van deze termijnoverschrijding wordt de straf verminderd van zeven jaren tot zes jaar en acht maanden. De Hoge Raad wijst het beroep voor het overige af en bevestigt daarmee het merendeel van het hofarrest.
Uitkomst: De gevangenisstraf wordt verminderd tot zes jaar en acht maanden wegens overschrijding van de redelijke termijn.