ECLI:NL:HR:2010:BN0415
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- B.C. de Savornin Lohman
- M.A. Loth
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt arrest wegens onvoldoende bewijs voor laten rijden door ander met bromfiets met vals kenteken
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage over het laten rijden van een bromfiets met een vals kenteken. Verdachte werd verweten dat hij als eigenaar een bromfiets met een vals kenteken op de openbare weg had laten rijden. De bewezenverklaring stelde dat verdachte het motorrijtuig had laten rijden, maar de Hoge Raad oordeelde dat dit onvoldoende was onderbouwd met bewijsmiddelen die aantonen dat een ander als bestuurder heeft gereden.
De Hoge Raad verduidelijkte dat het verbod van artikel 41 Wegenverkeerswet Pro 1994, voor zover het ziet op het laten rijden van een motorrijtuig met een vals kenteken, moet worden uitgelegd als een verbod om een ander met het motorrijtuig als bestuurder te laten rijden. De bewezenverklaring moet daarom aantonen dat verdachte een ander als bestuurder heeft laten rijden. Dit bleek in deze zaak niet uit de bewijsmiddelen.
De Hoge Raad vernietigde daarom het arrest van het hof voor zover het betrekking had op deze tenlastelegging en de strafoplegging daarvoor. De zaak werd terugverwezen naar het hof voor hernieuwde berechting en beslissing. Het beroep werd voor het overige verworpen.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd voor het onder 1 tenlastegelegde en de strafoplegging, en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting.