ECLI:NL:HR:2010:BN0580

Hoge Raad

Datum uitspraak
12 oktober 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
09/02958
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping beroep in cassatie wegens ontbreken responsieplichtig verweer

In deze zaak heeft de verdachte cassatieberoep ingesteld tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam. Het beroep richt zich onder meer op het verwijt dat het hof niet heeft beslist op een verweer van een medeverdachte, waarbij de verdachte zich had aangesloten.

De Hoge Raad overweegt dat dit middel faalt op de gronden die in de conclusie van de Advocaat-Generaal zijn vermeld. Het tweede middel wordt niet nader gemotiveerd omdat het geen rechtsvragen oproept die van belang zijn voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

Uiteindelijk verwerpt de Hoge Raad het beroep van de verdachte. Dit arrest is gewezen door de Strafkamer van de Hoge Raad op 12 oktober 2010, waarbij vijf raadsheren en een vice-president betrokken waren. De uitspraak bevestigt het oordeel van het hof en leidt tot geen wijziging van het bestreden arrest.

Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt verworpen en het arrest van het hof bevestigd.

Uitspraak

12 oktober 2010
Strafkamer
nr. S 09/02958
CB
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te Amsterdam van 3 juli 2009, nummer 23/000301-08, in de strafzaak tegen:
[Verzoeker], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1962, wonende te [woonplaats].
1. Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben mr. J. Kuijper en mr. M. Mulder, beiden advocaat te Amsterdam, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal Jörg heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2. Beoordeling van het eerste middel
2.1. Het middel klaagt dat het Hof niet heeft beslist op een verweer in de zaak van een medeverdachte bij welk verweer de verdachte zich heeft aangesloten.
2.2. Het middel faalt op de in de conclusie van de Advocaat-Generaal onder 12 en 13 vermelde gronden.
3. Beoordeling van het tweede middel
Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren J. de Hullu, W.F. Groos, C.H.W.M. Sterk en M.A. Loth, in bijzijn van de griffier S.P. Bakker, en uitgesproken op 12 oktober 2010.