ECLI:NL:HR:2010:BN0628
Hoge Raad
- Cassatie
- J.W. van den Berge
- J.W.M. Tijnagel
- A.H.T. Heisterkamp
- Rechtspraak.nl
Toepassing gebruikelijkloonregeling op leden van coöperaties niet beperkt tot oneigenlijk gebruik
Belanghebbende, lid van een coöperatie en bezoldigd bestuurder, werd geconfronteerd met navorderingsaanslagen waarbij het loon uit dienstbetrekking werd verhoogd op basis van de gebruikelijkloonregeling uit artikel 12a van de Wet op de loonbelasting 1964.
De Rechtbank en het Hof verklaarden het beroep van belanghebbende ongegrond en bevestigden de navorderingsaanslagen. Belanghebbende stelde in cassatie dat toepassing van de gebruikelijkloonregeling in zijn situatie in strijd was met het doel en de strekking van de regeling, omdat er geen sprake was van oneigenlijk gebruik van de coöperatie.
De Hoge Raad oordeelde dat noch de tekst noch de wetsgeschiedenis van artikel 12a Wet LB een beperking van de toepassing tot gevallen van oneigenlijk gebruik ondersteunen. Het enkele motief van uitbreiding van de regeling om oneigenlijk gebruik tegen te gaan, betekent niet dat de regeling beperkt moet blijven tot die gevallen.
De overige middelen faalden eveneens, zodat het beroep in cassatie ongegrond werd verklaard. De Hoge Raad legde geen proceskostenveroordeling op.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond en bevestigt de toepassing van de gebruikelijkloonregeling op leden van coöperaties zonder beperking tot oneigenlijk gebruik.