ECLI:NL:HR:2010:BN0630
Hoge Raad
- Herziening
- F.H. Koster
- J.W. Ilsink
- W.M.E. Thomassen
- Rechtspraak.nl
Herziening wegens onjuiste veroordeling voor ontbreken motorrijtuigverzekering
De aanvrager werd door de Kantonrechter veroordeeld wegens het niet sluiten en in stand houden van een verzekering voor een motorrijtuig, gepleegd op 10 oktober 2007. De veroordeling bestond uit een geldboete, subsidiair tien dagen hechtenis, en een ontzegging van de rijbevoegdheid voor vier maanden.
Na het vonnis werd een WAM-verklaring overgelegd die aantoonde dat op de datum van het feit wel degelijk een geldige verzekering voor het betreffende motorrijtuig bestond. Deze nieuwe omstandigheid, die na het vonnis aan het licht kwam, vormt een grond voor herziening op basis van artikel 457, eerste lid, aanhef en onder 2°, van het Wetboek van Strafvordering.
De Advocaat-Generaal concludeerde dat de herzieningsaanvraag gegrond is en dat de tenuitvoerlegging van het vonnis geschorst moet worden. De Hoge Raad volgde dit advies, verklaarde de aanvraag gegrond, schortte de tenuitvoerlegging op en verwees de zaak naar het gerechtshof voor een nieuwe behandeling en beslissing.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart de herzieningsaanvraag gegrond en verwijst de zaak terug naar het gerechtshof voor hernieuwde behandeling.