ECLI:NL:HR:2010:BN1022
Hoge Raad
- Herziening
- F.H. Koster
- J.W. Ilsink
- M.A. Loth
- Rechtspraak.nl
Afwijzing herzieningsverzoek in zaak overtreding Meststoffenwet wegens ontbreken investeringsverplichting onder Interimwet
De zaak betreft een verzoek tot herziening van een arrest van het Gerechtshof Arnhem uit 1996, waarbij de aanvrager was veroordeeld voor het opzettelijk overtreden van artikel 14, lid 1 van de Meststoffenwet. De aanvrager stelde dat hij op grond van artikel 3 van Pro de Interimwet beperking varkens- en pluimveehouderijen aanspraak had op een hogere referentiehoeveelheid fosfaat vanwege investeringsverplichtingen voor uitbreiding van zijn pluimveehouderij.
Het hof verwierp dit verweer omdat niet aannemelijk was geworden dat de verdachte vóór 3 november 1984 investeringsverplichtingen was aangegaan zoals vereist door de Interimwet. De aanvrager had verklaard dat hij zijn bedrijf in 1981 was gestart met een hinderwetvergunning voor 41.400 slachtkippen en later uitbreidingen had gerealiseerd, maar hij erkende dat hij meer produceerde dan toegestaan volgens de Meststoffenwet.
De Hoge Raad overwoog dat na de inwerkingtreding van artikel 14 van Pro de Meststoffenwet op 1 januari 1987 geen aanspraken meer konden worden ontleend aan de Interimwet. De aanvrager kon daarom niet profiteren van uitbreidingen die onder de Interimwet waren toegestaan maar niet waren verwezenlijkt onder de Meststoffenwet. Het verzoek tot herziening werd dan ook afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek tot herziening wordt afgewezen en de veroordeling wegens overtreding van de Meststoffenwet blijft in stand.