ECLI:NL:HR:2010:BN2348

Hoge Raad

Datum uitspraak
5 oktober 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
09/01102
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 9.7 WVW 1994Art. 9.4 WVW 1994Art. 81 RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad vernietigt verbeurdverklaring personenauto wegens onduidelijk eigendom

In deze strafzaak stond de verbeurdverklaring van een Opel Kadett centraal, die in beslag was genomen in verband met overtredingen van de Wegenverkeerswet 1994. De verdachte verklaarde tijdens de terechtzitting dat de auto niet van hem was, maar dat hij er wel mee mocht rijden. Desondanks had het hof geoordeeld dat de auto aan verdachte toebehoorde en besloot tot verbeurdverklaring.

De Hoge Raad oordeelde dat het hof zijn oordeel onvoldoende had gemotiveerd, aangezien het niet begrijpelijk was dat de auto aan verdachte werd toegerekend zonder nadere onderbouwing, terwijl de verdachte zelf had verklaard dat hij niet de eigenaar was. Daarom vernietigde de Hoge Raad het onderdeel van het arrest dat de verbeurdverklaring betrof en verwees de zaak terug naar het hof voor een nieuwe beoordeling.

De overige middelen van cassatie werden verworpen, en het beroep werd voor het overige afgewezen. De Hoge Raad bevestigde hiermee het belang van een zorgvuldige motivering bij verbeurdverklaring en het respecteren van de verklaringen van verdachte over eigendom.

De uitspraak werd gedaan door de vice-president en twee raadsheren van de Hoge Raad op 5 oktober 2010.

Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de verbeurdverklaring van de personenauto en wijst de zaak terug voor hernieuwde beoordeling.

Uitspraak

5 oktober 2010
Strafkamer
nr. 09/01102
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 25 maart 2008, nummer 20/003452-06, in de strafzaak tegen:
[Verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1953, wonende te [woonplaats].
1. De bestreden uitspraak
Het Hof heeft in hoger beroep - met vernietiging van een vonnis van de Politierechter in de Rechtbank te 's-Hertogenbosch van 18 september 2006 - de verdachte in de zaak met parketnummer 01/836794-06 ter zake van "Overtreding van artikel 163, tweede lid, van de Wegenverkeerswet 1994" en in de zaak met parketnummer 01/836842-06 onder 1 en 2 alsmede de zaak met parketnummer 01/836779-06 ter zake van telkens "Overtreding van artikel 9, vierde lid (de Hoge Raad leest: zevende lid), van de Wegenverkeerswet 1994", veroordeeld tot de in het bestreden arrest vermelde straffen. Voorts heeft het Hof de tenuitvoerlegging gelast van voorwaardelijk opgelegde straffen.
2. Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben mr. Th.J. Kelder en mr. C.W. Noorduyn, beiden advocaat te 's-Gravenhage, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal Machielse heeft geconcludeerd tot vernietiging van de beslissing tot verbeurdverklaring, tot terugwijzing van de zaak naar het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch om in zoverre opnieuw te worden beslist, en tot verwerping van het beroep voor het overige.
3. Beoordeling van het tweede en het derde middel
De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beoordeling van het vierde middel
4.1. Het middel komt op tegen de verbeurdverklaring van een Opel Kadett met kenteken [AA-00-BB].
4.2. De bestreden uitspraak houdt als motivering van de in het middel bedoelde beslissing het volgende in:
"Het na te melden in beslaggenomen en nog niet teruggegeven voorwerp, volgens opgave van verdachte aan hem toebehorend, is vatbaar voor verbeurdverklaring, nu het een voorwerp is met betrekking tot hetwelk het onder parketnummer 01/836842-06 feit 1 en 2 ten laste gelegde en bewezen verklaarde is begaan."
4.3. Het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep van 2 november 2007 houdt, voor zover hier van belang, in als verklaring van de verdachte:
"De rode Opel Kadett met kenteken [AA-00-BB] was niet van mij, maar ik mocht er wel mee rijden."
4.4. Het oordeel van het Hof dat de inbeslaggenomen personenauto volgens opgave van de verdachte aan hem toebehoorde, is in het licht van de onder 4.3 weergegeven verklaring zonder nadere motivering, die ontbreekt, niet begrijpelijk. Het middel klaagt daarover terecht.
5. Slotsom
Nu de Hoge Raad geen grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, brengt hetgeen hiervoor is overwogen mee dat het eerste middel geen bespreking behoeft en als volgt moet worden beslist.
6. Beslissing
De Hoge Raad:
vernietigt de bestreden uitspraak maar uitsluitend wat betreft de strafoplegging;
wijst de zaak terug naar het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch, opdat de zaak in zoverre op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan;
verwerpt het beroep voor het overige.
Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren J.W. Ilsink en W.F. Groos, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken op 5 oktober 2010.