ECLI:NL:HR:2010:BN2373
Hoge Raad
- Herziening
- F.H. Koster
- B.C. de Savornin Lohman
- M.A. Loth
- Rechtspraak.nl
Herziening wegens persoonsverwisseling in strafzaken Opiumwet
De Hoge Raad behandelde een aanvraag tot herziening van twee vonnissen van de Politierechter te Amsterdam, waarin de aanvrager was veroordeeld voor overtredingen van de Opiumwet en wederspannigheid. Uit nader onderzoek, waaronder een dactyloscopisch onderzoek, bleek dat de vingerafdrukken van de aanvrager niet overeenkwamen met die die in de strafzaken waren geregistreerd. Dit leidde tot het ernstige vermoeden van persoonsverwisseling.
De aanvrager had zich bij arrestatie uitgegeven als de veroordeelde, maar bleek een andere persoon te zijn. De Hoge Raad oordeelde dat deze omstandigheid, als bedoeld in artikel 457 Sv Pro, een grond voor herziening vormt. De eerdere vonnissen zijn daarom gegrond verklaard en de tenuitvoerlegging geschorst.
De zaken zijn verwezen naar het Gerechtshof Amsterdam voor een nieuwe behandeling en beslissing. Hiermee wordt erkend dat de aanvrager onterecht is veroordeeld en dat de strafzaken opnieuw moeten worden beoordeeld op basis van correcte persoonsidentificatie.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart de herzieningsaanvraag gegrond wegens persoonsverwisseling en verwijst de zaken terug naar het gerechtshof voor nieuwe behandeling.