ECLI:NL:HR:2010:BN3922
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad behandelt cassatieberoep inzake inkomstenbelasting en voorlopige aanslag
De zaak betreft een cassatieberoep van belanghebbende tegen het arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 16 december 2009. Het geschil draait om het verzet van belanghebbende tegen een aanslag en een voorlopige aanslag in de inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen. De Hoge Raad heeft het beroep in cassatie afgedaan met toepassing van artikel 81 van Pro de Wet op de Raad van State (RO).
In deze procedure stond centraal of het verzet tegen de aanslag en de voorlopige aanslag terecht was. Het Gerechtshof had eerder uitspraak gedaan in deze zaak, waarbij het verzet was beoordeeld. Belanghebbende had hiertegen cassatie ingesteld bij de Hoge Raad.
De Hoge Raad heeft het cassatieberoep inhoudelijk niet behandeld, maar afgedaan conform artikel 81 RO Pro, wat betekent dat het beroep niet-ontvankelijk is verklaard of niet in behandeling is genomen. Hierdoor blijft het arrest van het Gerechtshof ongewijzigd van kracht.
Deze uitspraak bevestigt de rechtskracht van het hofarrest en benadrukt de beperkte mogelijkheden tot cassatie in belastingzaken wanneer niet aan de formele vereisten wordt voldaan of het beroep niet ontvankelijk is.
Uitkomst: Het cassatieberoep is afgedaan met toepassing van artikel 81 RO, waardoor het arrest van het Gerechtshof ongewijzigd blijft.