ECLI:NL:HR:2010:BN4767

Hoge Raad

Datum uitspraak
9 november 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
09/02021
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Rechters
  • A.J.A. van Dorst
  • J.W. Ilsink
  • H.A.G. Splinter-van Kan
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 ROArt. 6 EVRM
Verwijzingen
3 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vermindering taakstraf wegens overschrijding redelijke termijn in cassatie

In deze strafzaak heeft de Hoge Raad het cassatieberoep van verdachte behandeld tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch. De raadsman van verdachte heeft een middel van cassatie ingediend, waarop de Advocaat-Generaal heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep. De Hoge Raad heeft het middel inhoudelijk niet-ontvankelijk verklaard omdat het geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling bevat.

De Hoge Raad heeft ambtshalve beoordeeld dat de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro is overschreden, aangezien meer dan twee jaar zijn verstreken sinds het instellen van het cassatieberoep. Dit leidt tot een vermindering van de aan verdachte opgelegde taakstraf en de duur van de vervangende hechtenis.

Concreet heeft de Hoge Raad het aantal uren taakstraf verminderd tot 95 uren en de duur van de vervangende hechtenis tot 47 dagen. Voor het overige is het beroep verworpen en blijft de rest van het arrest van het hof in stand.

Het arrest is gewezen door de vice-president en twee raadsheren en uitgesproken op 9 november 2010.

Uitkomst: Taakstraf verminderd tot 95 uren en vervangende hechtenis tot 47 dagen wegens overschrijding redelijke termijn.

Uitspraak

9 november 2010
Strafkamer
Nr. 09/02021
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 5 september 2008, nummer 20/001853-07, in de strafzaak tegen:
[Verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1949, wonende te [woonplaats].
1. Geding in cassatie
1.1. Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. G.A.C. Beckers, advocaat te Maastricht, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal Machielse heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
1.2. De raadsman heeft schriftelijk op de conclusie gereageerd.
2. Beoordeling van het middel
Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen naderen motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3. Ambtshalve beoordeling van de bestreden uitspraak
De Hoge Raad doet uitspraak nadat meer dan twee jaren zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Dat brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in art. 6, eerste lid, EVRM is overschreden. Dit moet leiden tot vermindering van de aan de verdachte opgelegde taakstraf in de vorm van een werkstraf van honderd uren, subsidiair vijftig dagen hechtenis.
4. Slotsom
Nu het middel niet tot cassatie kan leiden, terwijl de Hoge Raad geen andere dan de hiervoor onder 3 genoemde grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, brengt hetgeen hiervoor is overwogen mee dat als volgt moet worden beslist.
5. Beslissing
De Hoge Raad:
vernietigt de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft het aantal uren te verrichten taakstraf en de duur van de vervangende hechtenis;
vermindert het aantal uren taakstraf in die zin dat dit 95 uren bedraagt;
vermindert de duur van de vervangende hechtenis in die zin dat deze 47 dagen beloopt;
verwerpt het beroep voor het overige.
Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A van Dorst als voorzitter, en de raadsheren J.W. Ilsink en H.A.G. Splinter-van Kan, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken op 9 november 2010.