ECLI:NL:HR:2010:BN6124
Hoge Raad
- Cassatie
- J.B. Fleers
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- W.A.M. van Schendel
- W.D.H. Asser
- C.E. Drion
- E.J. Numann
- Rechtspraak.nl
Uitleg uiterste wilsbeschikking en waardering bloot eigendom in erfrecht
In deze zaak stond de uitleg van een uiterste wilsbeschikking centraal, waarbij de echtgenoot van de erflaatster, die tevens het recht van gebruik en bewoning had gelegateerd gekregen, op grond van een keuzelegaat gerechtigd was om tegen inbreng van de waarde daarvan het recht op de bloot eigendom van de woning over te nemen.
De kern van het geschil betrof de waardering van het bloot eigendom en de vraag of de rente die de echtgenoot aan de andere erfgenamen verschuldigd was, gelijk moest zijn aan de wettelijke rente vanaf de peildatum voor de waardebepaling.
De Hoge Raad verwees naar eerdere vonnissen en arresten van lagere instanties en oordeelde dat de klachten in het cassatieberoep niet tot cassatie konden leiden. De Hoge Raad benadrukte dat de rentevergoeding niet verder hoefde te worden gemotiveerd omdat de klachten niet leidden tot rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
Het principale beroep werd verworpen en het voorwaardelijk incidentele beroep kwam niet aan de orde. De kosten van het cassatiegeding werden zo gecompenseerd dat iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de waardering van het bloot eigendom en de rentevergoeding zoals vastgesteld door het hof.