ECLI:NL:HR:2010:BN6190
Hoge Raad
- Cassatie
- J.B. Fleers
- E.J. Numann
- W.A.M. van Schendel
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt afwijzing cassatie bij kennelijk onredelijk ontslag met vergoeding conform sociaal plan
In deze zaak stond de vraag centraal of sprake was van kennelijk onredelijk ontslag in de zin van artikel 7:681 BW Pro. Eiseres, voormalig werknemer van VWTI, stelde dat haar ontslag onrechtmatig was en vorderde een vergoeding die verder ging dan het sociaal plan.
De rechtbank en het gerechtshof hadden het ontslag beoordeeld en de vergoeding conform het sociaal plan toegekend. Eiseres stelde tegen dit oordeel beroep in cassatie in bij de Hoge Raad, stellende dat het ontslag kennelijk onredelijk was en dat een hogere vergoeding toekwam.
De Hoge Raad oordeelde dat de in cassatie aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en dat geen rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde waren. Het beroep werd verworpen en eiseres werd veroordeeld in de kosten van het geding.
Hiermee bevestigde de Hoge Raad het oordeel van het hof dat het ontslag niet kennelijk onredelijk was en dat de vergoeding conform het sociaal plan passend was.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het ontslag wordt niet kennelijk onredelijk geacht, vergoeding conform sociaal plan blijft van toepassing.