ECLI:NL:HR:2010:BN6300

Hoge Raad

Datum uitspraak
10 september 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
09/03346
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 17, lid 2, Wet WOZartikel 81 Wet op de rechterlijke organisatie
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Geen waardevermindering WOZ door voorkeursrecht gemeente

Belanghebbende is eigenaar van een onroerende zaak in Z waarvoor de WOZ-waarde werd vastgesteld. Na bezwaar en beroep bij de rechtbank en het hof werd de waarde verminderd door het hof, dat oordeelde dat het voorkeursrecht van de gemeente niet in de waardebepaling moest worden betrokken.

De Hoge Raad bevestigt dit oordeel en stelt dat het voorkeursrecht, dat de gemeente het eerste kooprecht geeft, niet van invloed is op de WOZ-waarde. De wet waarborgt dat de verkoper bij uitoefening van het voorkeursrecht de werkelijke waarde ontvangt, waardoor dit recht geen waardevermindering rechtvaardigt.

De overige klachten van belanghebbende worden verworpen zonder nadere motivering, en de Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond. Er worden geen proceskosten aan belanghebbende opgelegd.

Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep ongegrond en bevestigt dat het voorkeursrecht niet in de WOZ-waardebepaling wordt betrokken.

Uitspraak

Nr. 09/03346
10 september 2010
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van X te Z (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het Gerechtshof te Amsterdam van 13 augustus 2009, nr. P07/00295, betreffende een beschikking op grond van de Wet waardering onroerende zaken.
1. Het geding in feitelijke instanties
Ten aanzien van belanghebbende is bij beschikking de waarde van de onroerende zaak a-straat 1 te Z voor het tijdvak 1 januari 2005 tot en met 31 december 2006 vastgesteld.
Na door belanghebbende daartegen gemaakt bezwaar heeft de heffingsambtenaar van de gemeente Heiloo bij uitspraak de waarde verminderd.
De Rechtbank te Alkmaar (nr. 06/498 WOZ) heeft het tegen die uitspraak ingestelde beroep ongegrond verklaard.
Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van de Rechtbank hoger beroep ingesteld bij het Hof.
Het Hof heeft het hoger beroep gegrond verklaard, de uitspraak van de Rechtbank en die van de heffingsambtenaar vernietigd, en de waarde verminderd. De uitspraak van het Hof is aan dit arrest gehecht.
2. Geding in cassatie
Belanghebbende heeft tegen 's Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Heiloo heeft een verweerschrift ingediend.
3. Beoordeling van de klachten
3.1. In cassatie kan van het volgende worden uitgegaan.
3.1.1. Belanghebbende is eigenaar en gebruiker van de onroerende zaak a-straat 1 te Z (hierna: de onroerende zaak).
3.1.2. Op grond van de Wet voorkeursrecht gemeenten is sinds het jaar 2000 op de onroerende zaak een voorkeursrecht gevestigd (hierna: het voorkeursrecht). Het voorkeursrecht houdt in dat de gemeente Heiloo, op het moment dat belanghebbende de onroerende zaak te koop aanbiedt, als eerste de gelegenheid moet worden geboden om de onroerende zaak te kopen.
3.2. Voor het Hof was onder meer in geschil of bij de waardebepaling van de onroerende zaak rekening moet worden gehouden met het voorkeursrecht. Het Hof heeft die vraag ontkennend beantwoord. Tegen dit oordeel is een klacht gericht.
3.3. Deze klacht faalt. Het Hof heeft met juistheid geoordeeld dat bij de waardebepaling geen rekening dient te worden gehouden met de werking van het voorkeursrecht. De Wet voorkeursrecht gemeenten bevat immers een regeling die waarborgt dat de verkoper bij uitoefening van dat recht door de gemeente de werkelijke waarde van het object vergoed krijgt. Hiermee verdraagt zich niet dat aangenomen wordt dat dit recht van invloed is op de waarde die in het kader van de uitvoering van de Wet WOZ moet worden vastgesteld.
3.4. De klachten kunnen ook voor het overige niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien artikel 81 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu die klachten in zoverre niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Proceskosten
De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.
5. Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J.W. van den Berge als voorzitter, en de raadsheren J.W.M. Tijnagel en A.H.T. Heisterkamp, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier A.I. Boussak-Leeksma, en in het openbaar uitgesproken op 10 september 2010.