ECLI:NL:HR:2010:BN6801

Hoge Raad

Datum uitspraak
2 november 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
09/00145
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Verwijzingen
5 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad vernietigt arrest wegens onbegrijpelijke bewijsvoering omtrent verklaring verdachte

In deze strafzaak stond de verdachte terecht voor het opzettelijk gebruik van een vals Spaans rijbewijs. Het Hof bevestigde het vonnis van de politierechter en verklaarde de verdachte schuldig op basis van verschillende bewijsmiddelen, waaronder een verklaring die de verdachte zou hebben afgelegd tijdens de eerste aanleg.

Echter bleek uit het mondeling vonnis van de politierechter dat de verdachte bij de eerste aanleg niet was verschenen, waardoor het Hof onterecht deze verklaring als bewijsmiddel gebruikte. De Hoge Raad oordeelde dat deze verwijzing onbegrijpelijk is en dat het bestreden arrest niet in stand kan blijven.

De Hoge Raad vernietigde het arrest en verwees de zaak terug naar het Hof voor een nieuwe berechting op het bestaande hoger beroep, zonder de onrechtmatige verklaring mee te wegen.

De zaak betrof het gebruik van een vals rijbewijs, waarbij het Hof diverse technische en proces-verbaal bewijzen had gebruikt, zoals onderzoek van de technische recherche en verklaringen van opsporingsambtenaren. De Hoge Raad beperkte zich tot de bewijsvoering en de onrechtmatigheid van het gebruik van een niet-verschijningsverklaring van de verdachte.

Deze uitspraak benadrukt het belang van correcte bewijsvoering en het respecteren van het recht op verschijning van de verdachte in strafprocedures.

Uitkomst: Het arrest van het Hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting zonder de onrechtmatige verklaring.

Uitspraak

2 november 2010
Strafkamer
nr. 09/00145
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage van 31 december 2008, nummer 22/001651-08, in de strafzaak tegen:
[Verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1978, ten tijde van de betekening van de aanzegging zonder bekende woon- of verblijfplaats hier te lande.
1. Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. T. Scholtus, advocaat te 's-Gravenhage, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal Vegter heeft geconcludeerd tot vernietiging van het bestreden arrest en tot terugwijzing van de zaak naar het Hof teneinde op het bestaande hoger beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan.
2. Beoordeling van het middel
2.1. Het middel behelst onder meer de klacht dat het Hof de bewezenverklaring heeft doen steunen op een verklaring van de verdachte afgelegd ter terechtzitting in eerste aanleg, terwijl de verdachte aldaar niet was verschenen.
2.2. Het Hof heeft, het vonnis van de Politierechter in zoverre bevestigend, bewezenverklaard dat:
"hij op 29 mei 2006 te Voorburg, gemeente Leidschendam-Voorburg, opzettelijk gebruik heeft gemaakt van een vals Spaans rijbewijs (nummer [001]), zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen als ware dat geschrift echt en onvervalst, bestaande dat gebruikmaken hierin dat hij dat rijbewijs ter identificatie heeft overhandigd aan [verbalisant 1], agent van politie, en aan [verbalisant 2], hoofdagent van politie, en bestaande die valsheid hierin dat:
- afwijkende druk-/reproductietechnieken zijn gebruikt en;
- de boekdruk (hoogdruk) ontbreekt en;
- de originele vezelminutering in het papier ontbreekt en;
- het originele watermerk in het papier ontbreekt, althans is nagebootst en;
- bij aanstraling met UV-licht een onjuiste, althans afwijkende reactie optreedt en;
- de stempeldruk afwijkt."
2.3. Het Hof heeft het vonnis van de Politierechter ook wat betreft de bewijsvoering bevestigd. In dat vonnis zijn de volgende bewijsmiddelen gebezigd:
a. een proces-verbaal van politie, opgemaakt door de opsporingsambtenaren [verbalisant 1] en [verbalisant 2], voor zover inhoudende als relaas van de verbalisanten dan wel een van hen:
"Op maandag 29 mei 2006 zagen wij, verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2], in burger gekleed, rijdend in een onopvallend surveillance voertuig, betrokkene rijden in een personenauto op de Prins Bernhardlaan te Voorburg. Wij zagen dat betrokkene met een snelheid reed van 80 km per uur alwaar 50 km per uur is toegestaan en wij zagen dat betrokkene een driekleurig roodlicht uitstralend verkeerslicht negeerde. Wij hebben betrokkene zijn voertuig doen stilhouden. Wij, verbalisanten, vorderden betrokkene inzage in het rijbewijs ter controle op de naleving van de gestelde regels van de Wegenverkeerswet 1994. Betrokkene overhandigde ons een op zijn naam staand Spaans rijbewijs."
b. een proces-verbaal van politie, opgemaakt door de opsporingsambtenaren [verbalisant 3] en [verbalisant 4], voor zover inhoudende als relaas van de verbalisanten dan wel een van hen:
"Wij verbalisanten waren belast met de afhandeling van de signalering. Wij zagen dat in de fouillering van de verdachte een Spaans rijbewijs lag. Wij zagen dat hierop een foto van de verdachte stond en dat hierop tevens de personalia waren vermeld die de verdachte had opgegeven. Wij zagen dat een stempel, die normaal ook gedeeltelijk over de foto heen staat, nu niet op de foto stond gedrukt, maar kennelijk eronder. Wij kregen het vermoeden dat het rijbewijs vals was en hebben een onderzoek ingesteld. Ik, verbalisant [verbalisant 4], ben met het rijbewijs naar de afdeling falsificaten gegaan. Ik sprak daar met collega [verbalisant 5], hij bekeek het rijbewijs onder een microscoop. Hij verklaarde mij dat hij kon zien dat het rijbewijs onder een printer was gefabriceerd. Het rijbewijs was dus vals.
Het volgende goed werd in beslag genomen: Spaans rijbewijs, documentnummer [001], afgegeven door [...]."
c. een rapport van politie, Technische Recherche, afdeling falsificaten, voor zover inhoudende:
"Op 29 mei 2006 werd het navolgende stuk ter onderzoek
ontvangen: Spaans rijbewijs nummer [001] ten name van [verdachte], geboren [geboortedatum] 1978 te [geboorteplaats].
Bij vergelijking van de kenmerken van het ter onderzoek aangeboden document met de kenmerken van een soortgelijk origineel document is vastgesteld dat een aantal kenmerken significant afwijken zoals:
- de afwijkende gebruikte druk-/reproductietechnieken;
- het ontbreken van de boekdruk (hoogdruk);
- het ontbreken van de originele vezelminutering in het papier;
- het ontbreken c.q. de nabootsing van het originele watermerk in het papier;
- de onjuiste reactie c.q. afwijkende reactie bij aanstraling met UV-licht;
- afwijkingen in de wijze van personalisering;
- afwijkende stempeldruk.
Op grond van deze onderzoeksresultaten kan worden geconcludeerd dat het aangeboden rijbewijs, voorzien van nummer [001] vals is."
2.4. Blijkens een aan het arrest van het Hof gehechte bijlage, houdende een aanvulling op de bewijsmiddelen, heeft het Hof de bewezenverklaring tevens doen steunen op:
"1. De in het vonnis waarvan beroep vermelde inhoud van de in dat vonnis vermelde processen-verbaal en de verklaring van de verdachte ter terechtzitting in eerste aanleg van 10 september 2007."
2.5. De aantekening mondeling vonnis van de Politierechter houdt het volgende in:
"Uitspraak van de politierechter mr. G.P. Verbeek van 10 september 2007, in de zaak tegen de verdachte
Naam: [achternaam verdachte]
Voornamen: [voornaam verdachte]
geboren op: [geboortedatum] 1978 te [geboorteplaats]
zonder bekende woon- of verblijfplaats in Nederland thans verblijvende: [adres]
verstek, niet verschenen."
2.6. Nu uit de aantekening mondeling vonnis blijkt dat de verdachte in eerste aanleg niet is verschenen, is de verwijzing door het Hof in de aanvulling op de bewijsmiddelen naar de door de verdachte ter terechtzitting in eerste aanleg afgelegde verklaring onbegrijpelijk. Het middel klaagt daarover terecht.
3. Slotsom
Hetgeen hiervoor is overwogen brengt mee dat de bestreden uitspraak niet in stand kan blijven, het middel voor het overige geen bespreking behoeft en als volgt moet worden beslist.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
vernietigt de bestreden uitspraak;
wijst de zaak terug naar het Gerechtshof te 's-Gravenhage, opdat de zaak op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan.
Dit arrest is gewezen door de vice-president F.H. Koster als voorzitter, en de raadsheren C.H.W.M. Sterk en M.A. Loth, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken op 2 november 2010.