ECLI:NL:HR:2010:BN6900
Hoge Raad
- Herziening
- A.J.A. van Dorst
- H.A.G. Splinter-van Kan
- W.F. Groos
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid van herzieningsverzoek wegens ontbreken nieuwe feiten
De aanvrager werd door de Kantonrechter veroordeeld voor overtreding van artikel 4.1.5/1 van de APV-Gouda 2004, gepleegd op 13 juli 2008, en kreeg een geldboete opgelegd met subsidiair twee dagen hechtenis en verbeurdverklaring van een geluidsinstallatie.
De aanvrage tot herziening betrof een verzoek om herziening van dit vonnis, waarbij werd aangevoerd dat de rechter niet bekend was met een klaagschrift tot teruggave van de inbeslaggenomen geluidsinstallatie, dat mogelijk tot een minder zware straf had kunnen leiden.
De Hoge Raad overwoog dat herziening alleen mogelijk is bij nieuwe feiten die bij het oorspronkelijke onderzoek niet bekend waren en die het ernstig vermoeden wekken dat het onderzoek tot vrijspraak, ontslag van rechtsvervolging, niet-ontvankelijkheid of een minder zware strafbepaling zou hebben geleid.
De Hoge Raad stelde dat het klaagschrift niet valt onder een minder zware strafbepaling en dat de aanvrage verder geen nieuwe feiten bevat die aan de voorwaarden voldoen. Daarom werd het verzoek niet-ontvankelijk verklaard.
Uitkomst: Het herzieningsverzoek is niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van nieuwe feiten die tot een andere uitkomst hadden kunnen leiden.