ECLI:NL:HR:2010:BN6900

Hoge Raad

Datum uitspraak
14 september 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
10/01264 H
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Herziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 457 SvArt. 459 SvArt. 460 SvArtikel 4.1.5/1 APV-Gouda 2004
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid van herzieningsverzoek wegens ontbreken nieuwe feiten

De aanvrager werd door de Kantonrechter veroordeeld voor overtreding van artikel 4.1.5/1 van de APV-Gouda 2004, gepleegd op 13 juli 2008, en kreeg een geldboete opgelegd met subsidiair twee dagen hechtenis en verbeurdverklaring van een geluidsinstallatie.

De aanvrage tot herziening betrof een verzoek om herziening van dit vonnis, waarbij werd aangevoerd dat de rechter niet bekend was met een klaagschrift tot teruggave van de inbeslaggenomen geluidsinstallatie, dat mogelijk tot een minder zware straf had kunnen leiden.

De Hoge Raad overwoog dat herziening alleen mogelijk is bij nieuwe feiten die bij het oorspronkelijke onderzoek niet bekend waren en die het ernstig vermoeden wekken dat het onderzoek tot vrijspraak, ontslag van rechtsvervolging, niet-ontvankelijkheid of een minder zware strafbepaling zou hebben geleid.

De Hoge Raad stelde dat het klaagschrift niet valt onder een minder zware strafbepaling en dat de aanvrage verder geen nieuwe feiten bevat die aan de voorwaarden voldoen. Daarom werd het verzoek niet-ontvankelijk verklaard.

Uitkomst: Het herzieningsverzoek is niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van nieuwe feiten die tot een andere uitkomst hadden kunnen leiden.

Uitspraak

14 september 2010
Strafkamer
nr. 10/01264 H
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op een aanvrage tot herziening van een in kracht van gewijsde gegaan vonnis van de Kantonrechter in de Rechtbank te 's-Gravenhage, van 12 november 2008, nummer 09/601266-08, ingediend door mr. L. de Roode, advocaat te Gouda namens:
[Aanvrager], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1955, wonende te [woonplaats].
1. De uitspraak waarvan herziening is gevraagd
De Kantonrechter heeft de aanvrager ter zake van "Overtreding artikel APV-Gouda 2004 4.1.5/1", gepleegd op 13 juli 2008, veroordeeld tot het betalen van een geldboete van € 130,-, subsidiair 2 dagen hechtenis, met verbeurdverklaring van de inbeslaggenomen geluidsinstallatie.
2. De aanvrage tot herziening
De aanvrage tot herziening is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
3. Beoordeling van de aanvrage
3.1. Als grondslag voor een herziening kunnen, voor zover hier van belang, krachtens het eerste lid, aanhef en onder 2° van art. 457 Sv Pro slechts dienen een of meer door een opgave van bewijsmiddelen gestaafde omstandigheden van feitelijke aard die bij het onderzoek op de terechtzitting niet zijn gebleken en die het ernstig vermoeden wekken dat, waren zij bekend geweest, het onderzoek der zaak zou hebben geleid hetzij tot vrijspraak van de veroordeelde, hetzij tot ontslag van rechtsvervolging, hetzij tot niet-ontvankelijkverklaring van het openbaar ministerie, hetzij tot toepasselijkverklaring van een minder zware strafbepaling.
3.2. In de aanvrage wordt aangevoerd dat het onderzoek der zaak niet zou hebben geleid tot verbeurdverklaring van de geluidsinstallatie indien de Kantonrechter destijds bekend was geweest met de inhoud van een klaagschrift van 31 juli 2008 strekkende tot teruggave van die inbeslaggenomen installatie, dat de aanvrager bij de Rechtbank had ingediend.
3.3. Onder "eene minder zware strafbepaling" in de zin van art. 457, eerste lid onder 2o, Sv moet worden verstaan een strafbepaling die een minder zware straf bedreigt. Daaronder wordt niet verstaan de oplegging door de rechter van een andere (minder zware) sanctie.
3.4. Ook voor het overige behelst de aanvrage niets wat kan worden aangemerkt als een beroep op omstandigheden als hiervoor onder 3.1 vermeld. De aanvrage kan daarom, gelet op de art. 459 en Pro 460 Sv, niet worden ontvangen.
4. Beslissing
De Hoge Raad verklaart de aanvrage niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren H.A.G. Splinter-van Kan en W.F. Groos, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken op 14 september 2010.