ECLI:NL:HR:2010:BN7727
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- J. de Hullu
- W.F. Groos
- Rechtspraak.nl
Beoordeling bewijsuitsluiting verklaring verdachte zonder advocaat bij niet-aangehouden verdachte
In deze zaak stond centraal of een verklaring van een verdachte die zonder advocaat is afgelegd, uitgesloten moet worden van bewijs omdat de verdachte niet voorafgaand aan het verhoor toegang had tot een advocaat. De verdachte had op 14 februari 2007 een verklaring afgelegd terwijl hij niet was aangehouden en zich niet op een politiebureau bevond. De verdediging voerde aan dat deze verklaring in strijd was met artikel 6 EVRM Pro en de jurisprudentie van het EHRM in de zaak Salduz tegen Turkije.
Het hof had geoordeeld dat de verdachte in volle vrijheid had verklaard, niet was aangehouden, niet in verzekering was gesteld en dat er geen actieve belemmering was geweest door de autoriteiten om een advocaat te raadplegen. Daarom was het gebruik van de verklaring voor bewijs niet onrechtmatig en werd het verweer verworpen.
De Hoge Raad bevestigde dat de regel voor bewijsuitsluiting bij het ontbreken van advocaattoegang tijdens het eerste politieverhoor in beginsel geldt voor aangehouden verdachten, maar dat deze regel niet zonder meer van toepassing is op niet-aangehouden verdachten. In dit geval was er geen sprake van een vormverzuim dat uitsluiting van bewijs rechtvaardigde. Het cassatieberoep werd verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen; de verklaring van de niet-aangehouden verdachte zonder advocaattoegang wordt toegelaten als bewijs.