ECLI:NL:HR:2010:BN7735
Hoge Raad
- Herziening
- F.H. Koster
- B.C. de Savornin Lohman
- J.W. Ilsink
- Rechtspraak.nl
Herziening wegens persoonsverwisseling bij poging zware mishandeling en medeplegen bedreiging
De Hoge Raad behandelde een aanvraag tot herziening van een in kracht van gewijsde gegaan vonnis van de Rechtbank Rotterdam, waarin de aanvrager was veroordeeld voor poging tot zware mishandeling en medeplegen van bedreiging met een misdrijf tegen het leven. De aanvrager stelde dat sprake was van persoonsverwisseling, een grond voor herziening volgens art. 457 Sv Pro.
De Advocaat-Generaal concludeerde dat de aanvraag gegrond verklaard moest worden en dat de tenuitvoerlegging van het vonnis geschorst moest worden. De Hoge Raad volgde deze conclusie en oordeelde dat de omstandigheid van persoonsverwisseling inderdaad een grond voor herziening vormde.
Daarom werd de herzieningsaanvraag gegrond verklaard, de tenuitvoerlegging van het vonnis geschorst voor zover nodig, en werd de zaak verwezen naar het Gerechtshof te 's-Gravenhage voor een nieuwe behandeling en beslissing conform art. 467 Sv Pro.
Het arrest werd gewezen door de vice-president en twee raadsheren, en uitgesproken op 16 november 2010.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart de herzieningsaanvraag gegrond wegens persoonsverwisseling en verwijst de zaak voor nieuwe behandeling naar het gerechtshof.