ECLI:NL:HR:2010:BN7893
Hoge Raad
- Cassatie
- J.B. Fleers
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- A. Hammerstein
- C.A. Streefkerk
- W.D.H. Asser
- E.J. Numann
- Rechtspraak.nl
Uitsluiting pensioenverevening op grond van huwelijkse voorwaarden na invoering Wet verevening pensioenrechten
Partijen zijn in 1992 gehuwd met huwelijkse voorwaarden waarin is bepaald dat pensioenrechten slechts gedeeltelijk worden verrekend, met uitsluiting van pensioen in eigen beheer. Na echtscheiding in 2007 ontstond discussie over de toepassing van de Wet verevening pensioenrechten bij scheiding (WVP) op deze afspraken.
De rechtbank oordeelde dat de WVP de huwelijkse voorwaarden opzijzet en dat ook het pensioen in eigen beheer moet worden verevend. Het hof vernietigde dit oordeel en stelde dat partijen expliciet een afwijkend regime waren overeengekomen, waarbij het pensioen in eigen beheer niet wordt verevend.
De Hoge Raad bevestigt het oordeel van het hof dat de afspraken in artikel 12 van Pro de huwelijkse voorwaarden als een uitdrukkelijke afwijking van de WVP gelden. De klacht dat deze bepaling niet als zodanig kan worden beschouwd, faalt. De Hoge Raad verwerpt het beroep en bevestigt dat de pensioenverevening beperkt blijft tot hetgeen in de huwelijkse voorwaarden is bepaald.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt dat de pensioenverevening beperkt blijft tot de afspraken in de huwelijkse voorwaarden.