ECLI:NL:HR:2010:BN8110
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep in cassatie tegen uitspraak Centrale Raad van Beroep inzake Algemene Ouderdomswet
Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 14 mei 2009, die het hoger beroep behandelde tegen een uitspraak van de Rechtbank Amsterdam van 17 juni 2008, cassatieberoep ingesteld bij de Hoge Raad. De zaak betreft een geschil over een besluit op grond van de Algemene Ouderdomswet (AOW).
De Hoge Raad heeft het beroep in cassatie behandeld en beoordeeld of het cassatieberoep ontvankelijk en gegrond was. Na overwegingen heeft de Hoge Raad het beroep afgedaan met toepassing van artikel 81 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, wat inhoudt dat het beroep niet-ontvankelijk is verklaard.
Hiermee is de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep bekrachtigd en blijft het besluit op grond van de Algemene Ouderdomswet ongewijzigd. De Hoge Raad heeft geen inhoudelijke beoordeling van de zaak gegeven, maar het cassatieberoep op procedurele gronden afgewezen.
Uitkomst: Het cassatieberoep is niet-ontvankelijk verklaard en de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep is bekrachtigd.