ECLI:NL:HR:2010:BN8386

Hoge Raad

Datum uitspraak
23 november 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
09/02288
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verwerpt cassatie tegen arrest Hof Amsterdam inzake bewijsvoering verkort arrest medeverdachte

De zaak betreft een cassatieberoep van verdachte tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 27 november 2008, waarin de echtgenoot van verdachte is veroordeeld voor verduistering. Het middel klaagt dat het door het Hof gebruikte bewijsmiddel niet de volledige inhoud bevat van de aanvulling op het verkorte arrest van de medeverdachte.

De Hoge Raad stelt vast dat het Hof het bewijsmiddel slechts redengevend heeft geacht voor zover de inhoud van het verkorte arrest is weergegeven en dat de toevoeging van de zinsnede over de aanvulling op het verkorte arrest berust op een kennelijke misslag. De bewijsvoering wordt door de Hoge Raad in dit opzicht verbeterd, waardoor de klacht feitelijk geen grondslag heeft.

De overige middelen worden eveneens verworpen zonder nadere motivering, omdat zij niet leiden tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling. Het cassatieberoep wordt derhalve verworpen en het arrest van het Hof blijft in stand.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het Hof Amsterdam blijft in stand.

Uitspraak

23 november 2010
Strafkamer
Nr. 09/02288
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te Amsterdam van 27 november 2008, nummer 23/001409-07, in de strafzaak tegen:
[Verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1977, wonende te [woonplaats].
1. Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. Th.J. Kelder, advocaat te 's-Gravenhage, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal Vellinga heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2. Beoordeling van het eerste middel
2.1 Het middel behelst onder meer de klacht dat het door het Hof gebezigde bewijsmiddel 1, ten onrechte niet de inhoud bevat van de aanvulling op het verkorte arrest dat in dat bewijsmiddel wordt genoemd.
2.2. Bewijsmiddel 1 is in de aanvulling op het verkorte arrest als volgt weergegeven:
"1. Het verkort arrest van de eerste meervoudige strafkamer van het gerechtshof te Amsterdam van 27 november 2008 waarbij de echtgenoot van de verdachte, [medeverdachte], is veroordeeld wegens verduistering door hem die het goed uit hoofde van zijn persoonlijke dienstbetrekking onder zich heeft tot een bedrag van EUR 78.303,45, gepleegd op 16 december 2004 te Haarlem, alsmede de aanvulling op dat verkort arrest van heden."
2.3. Gelet op de overige inhoud van de bewijsvoering heeft het Hof de inhoud van bewijsmiddel 1 kennelijk slechts redengevend geacht voor zover daarin de inhoud is weergegeven van het tegen de echtgenoot van de verdachte gewezen verkorte arrest en berust de opneming van de zinsnede "alsmede de aanvulling op dat verkort arrest van heden" op een kennelijke misslag. De Hoge Raad leest de bewijsvoering in dat opzicht verbeterd. Daardoor komt aan de klacht de feitelijke grondslag te ontvallen zodat zij niet tot cassatie kan leiden.
3. Beoordeling van de middelen voor het overige
Voor het overige kunnen de middelen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de middelen in zoverre niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president F.H. Koster als voorzitter, en de raadsheren B.C. de Savornin Lohman en C.H.W.M. Sterk, in bijzijn van de waarnemend griffier S.C. Rusche, en uitgesproken op 23 november 2010.