ECLI:NL:HR:2010:BN8503
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- H.A.G. Splinter-van Kan
- C.H.W.M. Sterk
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid in beklag tegen machtiging tot vervreemding van inbeslaggenomen auto
Op 9 oktober 2007 werd onder klager conservatoir beslag gelegd op een auto van het merk Dodge. Klager had een lopende lease-overeenkomst met een financieringsmaatschappij, die zich op eigendomsvoorbehoud beriep. De Officier van Justitie deelde klager mee dat de auto zou worden vervreemd, met de opbrengst deels bestemd voor de financieringsmaatschappij.
Klager diende een klaagschrift in op grond van art. 552a Sv tegen dit voornemen. De Rechtbank verklaarde het beklag ongegrond en oordeelde dat de brief van de OvJ niet viel onder art. 116 Sv Pro en dat het klaagschrift zich slechts kon richten op de teruggave aan de financieringsmaatschappij, niet op de vervreemding.
De Hoge Raad oordeelde dat de brief van de OvJ als een mededeling van een voornemen tot machtiging tot vervreemding als bedoeld in art. 117 Sv Pro moet worden gezien, tegen welke machtiging geen beklag openstaat. Daarom had de Rechtbank klager niet-ontvankelijk moeten verklaren. De Hoge Raad vernietigde de beschikking en verklaarde klager niet-ontvankelijk.
Uitkomst: De klager is niet-ontvankelijk verklaard in zijn beklag tegen de machtiging tot vervreemding van de inbeslaggenomen auto.