ECLI:NL:HR:2010:BN8846

Hoge Raad

Datum uitspraak
7 december 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
08/03638
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Rechters
  • A.J.A. van Dorst
  • J.W. Ilsink
  • H.A.G. Splinter-van Kan
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6 EVRMArt. 81 RO
Verwijzingen
3 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt overschrijding redelijke termijn in cassatie bij witwaszaak

In deze zaak stond de verdachte terecht voor witwassen. Het cassatieberoep werd ingesteld tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem. De advocaat-generaal adviseerde vernietiging van het bestreden arrest uitsluitend voor wat betreft de strafoplegging en vermindering van de straf, maar verwerping van het beroep voor het overige.

De Hoge Raad beoordeelde twee middelen. Het eerste middel werd niet ontvankelijk verklaard omdat het geen rechtsvragen opriep die van belang waren voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling. Het tweede middel betrof de overschrijding van de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6, eerste lid, EVRM, vanwege late toezending van stukken door het hof en de lange duur van de cassatieprocedure.

De Hoge Raad stelde vast dat de redelijke termijn was overschreden, mede doordat meer dan twee jaar waren verstreken sinds het instellen van het cassatieberoep. Gezien de opgelegde taakstraf van tachtig uren of subsidiair veertig dagen hechtenis en de mate van overschrijding, zag de Hoge Raad geen aanleiding om rechtsgevolgen aan deze overschrijding te verbinden. Het beroep werd daarom verworpen.

Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep ondanks overschrijding van de redelijke termijn en bevestigde de strafoplegging.

Uitspraak

7 december 2010
Strafkamer
Nr. 08/03638
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te Arnhem, zitting houdende te Leeuwarden, van 7 augustus 2008, nummer 24/000926-07, in de strafzaak tegen:
[Verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1963, wonende te [woonplaats].
1. Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. G. Spong, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal Silvis heeft geconcludeerd tot vernietiging van het bestreden arrest, doch uitsluitend wat betreft de strafoplegging, tot vermindering van de straf en tot verwerping van het beroep voor het overige.
2. Beoordeling van het eerste middel
Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3. Beoordeling van het tweede middel
3.1. Het middel behelst de klacht dat de redelijke termijn als bedoeld in art. 6, eerste lid, EVRM in de cassatiefase is overschreden omdat de stukken te laat door het Hof zijn ingezonden.
3.2. Het middel is gegrond. Voorts doet de Hoge Raad uitspraak nadat meer dan twee jaren zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Een en ander brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in art. 6, eerste lid, EVRM is overschreden. Gelet op de aan de verdachte opgelegde taakstraf in de vorm van een werkstraf van tachtig uren, subsidiair veertig dagen hechtenis en de mate waarin de redelijke termijn is overschreden, is er geen aanleiding om aan het oordeel dat de redelijke termijn is overschreden enig rechtsgevolg te verbinden en zal de Hoge Raad met dat oordeel volstaan.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren J.W. Ilsink en H.A.G. Splinter-van Kan, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken op 7 december 2010.