ECLI:NL:HR:2010:BN8846
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- J.W. Ilsink
- H.A.G. Splinter-van Kan
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt overschrijding redelijke termijn in cassatie bij witwaszaak
In deze zaak stond de verdachte terecht voor witwassen. Het cassatieberoep werd ingesteld tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem. De advocaat-generaal adviseerde vernietiging van het bestreden arrest uitsluitend voor wat betreft de strafoplegging en vermindering van de straf, maar verwerping van het beroep voor het overige.
De Hoge Raad beoordeelde twee middelen. Het eerste middel werd niet ontvankelijk verklaard omdat het geen rechtsvragen opriep die van belang waren voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling. Het tweede middel betrof de overschrijding van de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6, eerste lid, EVRM, vanwege late toezending van stukken door het hof en de lange duur van de cassatieprocedure.
De Hoge Raad stelde vast dat de redelijke termijn was overschreden, mede doordat meer dan twee jaar waren verstreken sinds het instellen van het cassatieberoep. Gezien de opgelegde taakstraf van tachtig uren of subsidiair veertig dagen hechtenis en de mate van overschrijding, zag de Hoge Raad geen aanleiding om rechtsgevolgen aan deze overschrijding te verbinden. Het beroep werd daarom verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep ondanks overschrijding van de redelijke termijn en bevestigde de strafoplegging.