ECLI:NL:HR:2010:BN8847
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- J.W. Ilsink
- H.A.G. Splinter-van Kan
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt overschrijding redelijke termijn in cassatie zonder gevolgen voor straf
In deze strafzaak tegen verdachte, die een werkstraf van tachtig uur en subsidiair veertig dagen hechtenis opgelegd kreeg, stelde de verdediging cassatieberoep in tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem. De Hoge Raad beoordeelde het beroep en constateerde dat de stukken te laat door het hof waren ingezonden, waardoor de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6, eerste lid, EVRM, werd overschreden.
De overschrijding vond plaats doordat meer dan twee jaar waren verstreken sinds het instellen van het cassatieberoep tot de uitspraak van de Hoge Raad. Ondanks deze overschrijding besloot de Hoge Raad geen rechtsgevolgen te verbinden aan de termijnoverschrijding, mede gelet op de aard en zwaarte van de opgelegde straf.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep voor het overige en handhaafde het arrest van het hof, waarbij alleen de strafoplegging deels werd vernietigd en verminderd. De uitspraak werd gedaan door de vice-president en twee raadsheren, in aanwezigheid van de waarnemend griffier, op 7 december 2010.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de overschrijding van de redelijke termijn in cassatie maar verbindt hieraan geen gevolgen voor de opgelegde werkstraf en hechtenis.