ECLI:NL:HR:2010:BN8847

Hoge Raad

Datum uitspraak
7 december 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
08/03639
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Rechters
  • A.J.A. van Dorst
  • J.W. Ilsink
  • H.A.G. Splinter-van Kan
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6 EVRMArt. 81 RO
Verwijzingen
3 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt overschrijding redelijke termijn in cassatie zonder gevolgen voor straf

In deze strafzaak tegen verdachte, die een werkstraf van tachtig uur en subsidiair veertig dagen hechtenis opgelegd kreeg, stelde de verdediging cassatieberoep in tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem. De Hoge Raad beoordeelde het beroep en constateerde dat de stukken te laat door het hof waren ingezonden, waardoor de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6, eerste lid, EVRM, werd overschreden.

De overschrijding vond plaats doordat meer dan twee jaar waren verstreken sinds het instellen van het cassatieberoep tot de uitspraak van de Hoge Raad. Ondanks deze overschrijding besloot de Hoge Raad geen rechtsgevolgen te verbinden aan de termijnoverschrijding, mede gelet op de aard en zwaarte van de opgelegde straf.

De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep voor het overige en handhaafde het arrest van het hof, waarbij alleen de strafoplegging deels werd vernietigd en verminderd. De uitspraak werd gedaan door de vice-president en twee raadsheren, in aanwezigheid van de waarnemend griffier, op 7 december 2010.

Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de overschrijding van de redelijke termijn in cassatie maar verbindt hieraan geen gevolgen voor de opgelegde werkstraf en hechtenis.

Uitspraak

7 december 2010
Strafkamer
nr. 08/03639
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te Arnhem, zitting houdende te Leeuwarden, van 7 augustus 2008, nummer 24/000927-07, in de strafzaak tegen:
[Verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1931, wonende te [woonplaats].
1. Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. G. Spong, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal Silvis heeft geconcludeerd tot vernietiging van het bestreden arrest, doch uitsluitend wat betreft de strafoplegging, tot vermindering van de straf en tot verwerping van het beroep voor het overige.
2. Beoordeling van het eerste middel
Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3. Beoordeling van het tweede middel
3.1. Het middel behelst de klacht dat de redelijke termijn als bedoeld in art. 6, eerste lid, EVRM in de cassatiefase is overschreden omdat de stukken te laat door het Hof zijn ingezonden.
3.2. Het middel is gegrond. Voorts doet de Hoge Raad uitspraak nadat meer dan twee jaren zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Een en ander brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in art. 6, eerste lid, EVRM is overschreden. Gelet op de aan de verdachte opgelegde taakstraf in de vorm van een werkstraf van tachtig uren, subsidiair veertig dagen hechtenis en de mate waarin de redelijke termijn is overschreden, is er geen aanleiding om aan het oordeel dat de redelijke termijn is overschreden enig rechtsgevolg te verbinden en zal de Hoge Raad met dat oordeel volstaan.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A van Dorst als voorzitter, en de raadsheren J.W. Ilsink en H.A.G. Splinter-van Kan, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken op 7 december 2010.