ECLI:NL:HR:2010:BN9210
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- H.A.G. Splinter-van Kan
- W.F. Groos
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad herstelt onjuiste proeftijd en vermindert gevangenisstraf
In deze zaak heeft de Hoge Raad het beroep in cassatie behandeld tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch. De verdachte was veroordeeld tot een gevangenisstraf van 36 maanden, waarvan 12 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaar. De Hoge Raad constateerde dat het hof de proeftijd onterecht langer dan twee jaar had vastgesteld, in strijd met de toen geldende wetsartikelen 14b, tweede lid, en 14c, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht.
De Hoge Raad vernietigde daarom het arrest voor zover het de duur van de gevangenisstraf en de proeftijd betrof. De straf werd verminderd tot 34 maanden, waarvan 11 maanden voorwaardelijk, en de proeftijd werd vastgesteld op de wettelijk toegestane duur van 2 jaar. Tevens werd vastgesteld dat de redelijke termijn voor de behandeling van het cassatieberoep was overschreden, wat aanleiding gaf tot strafvermindering.
Het arrest werd gewezen door de vice-president en twee raadsheren van de Strafkamer van de Hoge Raad op 21 december 2010. Het beroep werd voor het overige verworpen en de overige onderdelen van het hofarrest bleven in stand.
Uitkomst: De gevangenisstraf is verminderd tot 34 maanden met een proeftijd van 2 jaar.