ECLI:NL:HR:2010:BN9293
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- H.A.G. Splinter-van Kan
- W.F. Groos
- Rechtspraak.nl
Vernietiging arrest wegens onjuiste bewijswaardering bij ontbreken rechtsbijstand politieverhoor
De zaak betreft een verdachte die wordt verdacht van moord gepleegd in maart 2007. Tijdens het politieonderzoek heeft de verdachte op 27 maart 2008 een verklaring afgelegd zonder voorafgaande raadpleging van een advocaat, wat een schending van artikel 6 EVRM Pro inhoudt. Het hof had deze verklaring en latere bekennende verklaringen met advocaatbijstand als bewijs gebruikt en het verweer van de verdediging verworpen.
De verdediging voerde aan dat het ontbreken van rechtsbijstand voorafgaand en tijdens het politieverhoor een ernstige schending van het recht op een eerlijk proces is, en dat de verklaring daarom uitgesloten moet worden als bewijs. De Hoge Raad bevestigt dat een verklaring die in strijd met artikel 6 EVRM Pro is afgelegd, niet als bewijs mag worden gebruikt, ook niet als de verdachte later met advocaatbijstand een soortgelijke verklaring aflegt.
Het hof heeft volgens de Hoge Raad een onjuiste rechtsopvatting gehanteerd door de verklaring alsnog te gebruiken. Daarom vernietigt de Hoge Raad het arrest en verwijst de zaak terug naar het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch voor hernieuwde behandeling van het hoger beroep. Het arrest is gewezen door de vice-president en raadsheren op 21 december 2010.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting.