ECLI:NL:HR:2010:BN9355

Hoge Raad

Datum uitspraak
7 december 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
10/00098 B
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 94a SvArt. 116 lid 3 SvArt. 552a SvArt. 81 RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beoordeling teruggave inbeslaggenomen auto's aan rechthebbenden na klaagschrift

In deze zaak heeft de beslagene een klaagschrift ingediend tegen de kennisgeving van het Openbaar Ministerie om twee inbeslaggenomen auto's terug te geven aan anderen dan hemzelf. De rechtbank oordeelde dat deze anderen redelijkerwijs als rechthebbenden van de voertuigen moeten worden aangemerkt, omdat klager niet aannemelijk had gemaakt dat hij juridisch eigenaar was van de auto's.

Klager stelde dat hij door een betalingsregeling met de voormalige eigenaren de eigendom van de voertuigen had verkregen en verzocht om teruggave aan hem. De officier van justitie en de rechtbank verwierpen dit standpunt, omdat geen bewijs van eigendomsoverdracht was geleverd.

De Hoge Raad bevestigde dat de rechtbank de juiste maatstaf heeft toegepast door te toetsen of de teruggave aan de derden redelijk en maatschappelijk verantwoord was en dat deze derden als rechthebbenden konden worden aangemerkt. Het cassatieberoep werd verworpen omdat het middel onvoldoende gronden bevatte om de beslissing te vernietigen.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de teruggave van de inbeslaggenomen auto's aan de voormalige eigenaren wordt bevestigd.

Uitspraak

7 december 2010
Strafkamer
Nr. 10/00098 B
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de Rechtbank te Middelburg van 22 september 2009, nummer RK 09/381, op een klaagschrift als bedoeld in art. 552a van het Wetboek van Strafvordering, ingediend door:
[Klager], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1975, wonende te [woonplaats].
1. Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de klager. Namens deze heeft mr. J.C. van den Doel, advocaat te Zierikzee, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal Silvis heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden beschikking, doch uitsluitend voor zover daarbij de teruggave is gelast van de inbeslaggenomen BMW met kenteken [AA-00-BB] aan [betrokkene 1] en de inbeslaggenomen Audi met kenteken [CC-00-DD] aan [betrokkene 2], met verwerping van het beroep voor het overige.
2. Beoordeling van het middel
2.1. Het middel komt op tegen de ongegrondverklaring van het beklag met onder meer de klacht dat de Rechtbank een onjuiste maatstaf heeft aangelegd.
2.2. De bestreden beschikking houdt, voor zover voor de beoordeling van het middel van belang, in:
"Het klaagschrift is ingediend met betrekking tot de voorwerpen, een personenauto BMW 530d met kenteken
[AA-00-BB] en een personenauto merk Audi met kenteken [CC-00-DD], in beslag genomen onder:
[Klager],
(...)
2. Het bezwaar en het standpunt van de officier van justitie.
Klager [klager] maakt bezwaar tegen het voornemen van de officier van justitie om de inbeslaggenomen personenauto BMW terug te geven aan [betrokkene 1] en de inbeslaggenomen personenauto Audi aan [betrokkene 2].
Klager [klager] verzoekt teruggave aan hem van de inbeslaggenomen personenauto's op gronden die in het klaagschrift nader zijn omschreven en die als hier herhaald en ingelast moeten worden beschouwd.
Klager voert aan dat de personenauto's onder hem zijn inbeslaggenomen en dat deze aan hem toebehoren. Klager heeft, vanwege het voortduren van de beslagen, reeds een betalingsregeling getroffen met de voormalige eigenaren [betrokkene 1] en [betrokkene 2], waarbij klager de personenauto's in eigendom heeft verkregen.
Klager moet als rechthebbende op de personenauto's worden aangemerkt.
Namens belanghebbende [betrokkene 2] heeft mr. Spigt betwist dat de personenauto Audi in eigendom is overgegaan op klager.
De officier van justitie heeft geconcludeerd tot ongegrondverklaring van het beklag gedaan door [klager]. Zij is van oordeel dat op grond van de inhoud van het dossier [betrokkene 1] redelijkerwijs als rechthebbende van de personenauto BMW dient te worden aangemerkt en [betrokkene 2] als rechthebbende van de personenauto Audi, nu klager niet of onvoldoende heeft aangetoond dat hij juridisch eigenaar is van genoemde personenauto's.
Het klaagschrift van [klager] dient ongegrond verklaard te worden.
3. De beoordeling.
Het klaagschrift is tijdig ingediend en de rechtbank is bevoegd hiervan kennis te nemen.
De rechtbank heeft op grond van het onderzoek in raadkamer de overtuiging gekregen dat teruggave van de inbeslaggenomen personenauto BMW aan [betrokkene 1] en van de inbeslaggenomen personenauto Audi aan [betrokkene 2] redelijk en maatschappelijk verantwoord is.
Uit de hiervoor omschreven feiten en verklaringen blijkt niet dat klager juridisch eigenaar is van beide personenauto's. Van enige betaling of andere titel waaruit een eigendomsovergang blijkt, is niet gebleken.
Het beklag van klager tegen het voornemen van de officier van justitie om de personenauto BMW aan [betrokkene 1] en de personenauto Audi aan [betrokkene 2] terug te geven, moet derhalve ongegrond worden verklaard."
2.3. In cassatie moet ervan worden uitgegaan dat het gaat om een geval waarin de beslagene op de voet van art. 552a Sv een klaagschrift heeft ingediend tegen de schriftelijke kennisgeving als bedoeld in art. 116, derde lid, Sv, waarbij het openbaar ministerie voornemens is het op de voet van art. 94a Sv inbeslaggenomen voorwerp te doen teruggeven aan een ander dan de beslagene, te weten aan degene die, naar het oordeel van het openbaar ministerie, redelijkerwijs als rechthebbende kan worden aangemerkt. In zo'n geval dient de rechter te beoordelen of die ander redelijkerwijs als rechthebbende kan worden aangemerkt (vgl. HR 15 april 2003, LJN AF3104).
2.4. De Rechtbank heeft geoordeeld dat de stelling van de klager dat de eigendom van de inbeslaggenomen personenauto's op de klager was overgegaan op grond van een met [betrokkene 1] en [betrokkene 2] getroffen betalingsregeling, niet aannemelijk is. Dit in aanmerking genomen, ligt in het oordeel van de Rechtbank dat teruggave van de inbeslaggenomen personenauto BMW aan [betrokkene 1] en van de inbeslaggenomen personenauto Audi aan [betrokkene 2] redelijk en maatschappelijk verantwoord is, besloten dat deze personen naar haar oordeel redelijkerwijs als rechthebbenden van de onderscheidene personenauto's dienden te worden aangemerkt. Aldus verstaan heeft de Rechtbank de juiste maatstaf toegepast, zodat het middel in zoverre faalt.
2.5. Het middel - dat niet klaagt over het door de Rechtbank gegeven bevel tot teruggave - kan ook voor het overige niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu het middel in zoverre niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren J.W. Ilsink en J. de Hullu, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, in raadkamer en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 7 december 2010.