ECLI:NL:HR:2010:BN9368
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Verwerping cassatieberoep in zaak gerechtelijke vaststelling vaderschap
In deze zaak stond de gerechtelijke vaststelling van het vaderschap centraal. Tussen partijen was niet in geschil dat de man de verwekker van het kind is, en op die grond was het vaderschap vastgesteld door de rechtbank en het gerechtshof te 's-Gravenhage.
De vrouw stelde beroep in cassatie in tegen de beschikking van het gerechtshof. De man heeft geen verweerschrift ingediend. De Advocaat-Generaal adviseerde tot verwerping van het beroep, waarop de vrouw reageerde.
De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten geen aanleiding geven tot cassatie en dat nadere motivering niet nodig is omdat de klachten geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling bevatten.
Daarom verwerpt de Hoge Raad het cassatieberoep en bevestigt daarmee de eerdere beslissingen van de lagere instanties.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de vrouw wordt verworpen en de beschikking van het gerechtshof blijft in stand.