ECLI:NL:HR:2010:BN9385

Hoge Raad

Datum uitspraak
5 oktober 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
10/02089 H
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Herziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 457 SvArt. 459 SvArt. 460 Sv
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid herzieningsverzoek wegens ontbreken nieuwe feitelijke omstandigheden

De aanvrager werd door de Politierechter veroordeeld tot een gevangenisstraf van twee maanden wegens het bezit van een vervalst reisdocument waarvan hij wist dat het vervalst was. Tegen dit vonnis werd een verzoek tot herziening ingediend bij de Hoge Raad.

De Hoge Raad beoordeelde het verzoek aan de hand van artikel 457 Sv Pro, dat vereist dat een herzieningsverzoek steunt op nieuwe feitelijke omstandigheden die bij het oorspronkelijke onderzoek niet bekend waren en die het vermoeden wekken dat het onderzoek anders zou zijn verlopen, bijvoorbeeld tot vrijspraak of ontslag van rechtsvervolging.

Het verzoek baseerde zich op een uitspraak van de Rechtbank Haarlem in een andere zaak en op de wenselijkheid van herziening vanwege de gevolgen voor de verblijfsvergunning van de aanvrager. De Hoge Raad oordeelde dat dit geen nieuwe feitelijke omstandigheden zijn zoals vereist en verklaarde het verzoek niet-ontvankelijk.

De uitspraak werd gedaan door de vice-president en twee raadsheren van de Hoge Raad op 5 oktober 2010.

Uitkomst: Het herzieningsverzoek wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van nieuwe feitelijke omstandigheden.

Uitspraak

5 oktober 2010
Strafkamer
nr. 10/02089 H
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op een aanvrage tot herziening van een in kracht van gewijsde gegaan vonnis van de Politierechter in de Rechtbank te Haarlem van 29 januari 2008, nummer 15/800083-08, ingediend door mr. G. Ocak, advocaat te Utrecht namens:
[Aanvrager], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1966, zonder vaste woon- of verblijfplaats hier te lande.
1. De uitspraak waarvan herziening is gevraagd
De Politierechter heeft de aanvrager ter zake van "in het bezit zijn van een reisdocument waarvan hij weet dat het vervalst is" veroordeeld tot een gevangenisstraf van twee maanden.
2. De aanvrage tot herziening
De aanvrage tot herziening is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
3. Beoordeling van de aanvrage
3.1. Als grondslag voor een herziening kunnen, voor zover hier van belang, krachtens het eerste lid, aanhef en onder 2° van art. 457 Sv Pro slechts dienen een of meer door een opgave van bewijsmiddelen gestaafde omstandigheden van feitelijke aard die bij het onderzoek op de terechtzitting niet zijn gebleken en die het ernstig vermoeden wekken dat, waren zij bekend geweest, het onderzoek der zaak zou hebben geleid hetzij tot vrijspraak van de veroordeelde, hetzij tot ontslag van rechtsvervolging, hetzij tot niet-ontvankelijkverklaring van het openbaar ministerie, hetzij tot toepasselijkverklaring van een minder zware strafbepaling.
3.2. Art. 459 Sv Pro schrijft voor dat de aanvrage tot herziening inhoudt de omstandigheid als hiervoor bedoeld, waarop zij steunt, en verder een opgave bevat van de bewijsmiddelen waaruit van die omstandigheid kan blijken.
3.3. Het in de aanvrage gestelde houdt in de kern niet meer in dan dat in de eerste plaats uit een vonnis van de Rechtbank te Haarlem van 17 september 2008, LJN BF1164, betreffende een strafzaak tegen iemand anders dan de aanvrager, volgt dat 'het vervalsen van documenten niet kan worden tegengeworpen in een asielzaak' en dat in de tweede plaats herziening van het veroordelend vonnis van de Politierechter zeer wenselijk is, nu deze veroordeling het door de aanvrager verkrijgen van een verblijfsvergunning sterk bemoeilijkt.
3.4. Aldus behelst het in de aanvrage gestelde niet een beroep op een feitelijke omstandigheid als hiervoor onder 3.1 bedoeld. De aanvrage kan daarom, gelet op het bepaalde in de art. 459 en Pro 460 Sv, niet worden ontvangen.
4. Beslissing
De Hoge Raad verklaart de aanvrage niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren J. de Hullu en W.F. Groos, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken op 5 oktober 2010.