ECLI:NL:HR:2010:BN9385
Hoge Raad
- Herziening
- A.J.A. van Dorst
- J. de Hullu
- W.F. Groos
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid herzieningsverzoek wegens ontbreken nieuwe feitelijke omstandigheden
De aanvrager werd door de Politierechter veroordeeld tot een gevangenisstraf van twee maanden wegens het bezit van een vervalst reisdocument waarvan hij wist dat het vervalst was. Tegen dit vonnis werd een verzoek tot herziening ingediend bij de Hoge Raad.
De Hoge Raad beoordeelde het verzoek aan de hand van artikel 457 Sv Pro, dat vereist dat een herzieningsverzoek steunt op nieuwe feitelijke omstandigheden die bij het oorspronkelijke onderzoek niet bekend waren en die het vermoeden wekken dat het onderzoek anders zou zijn verlopen, bijvoorbeeld tot vrijspraak of ontslag van rechtsvervolging.
Het verzoek baseerde zich op een uitspraak van de Rechtbank Haarlem in een andere zaak en op de wenselijkheid van herziening vanwege de gevolgen voor de verblijfsvergunning van de aanvrager. De Hoge Raad oordeelde dat dit geen nieuwe feitelijke omstandigheden zijn zoals vereist en verklaarde het verzoek niet-ontvankelijk.
De uitspraak werd gedaan door de vice-president en twee raadsheren van de Hoge Raad op 5 oktober 2010.
Uitkomst: Het herzieningsverzoek wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van nieuwe feitelijke omstandigheden.