ECLI:NL:HR:2010:BN9417
Hoge Raad
- Herziening
- F.H. Koster
- B.C. de Savornin Lohman
- C.H.W.M. Sterk
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid van herzieningsverzoek wegens ontbreken nieuwe feitelijke omstandigheden
De zaak betreft een verzoek tot herziening van een definitief vonnis van de Rechtbank te Haarlem uit 2003, waarbij de aanvrager was veroordeeld voor het opzettelijk gebruik van een niet op zijn naam gesteld reisdocument.
De Hoge Raad beoordeelde of het verzoek voldeed aan de wettelijke voorwaarden voor herziening, die vereisen dat nieuwe feitelijke omstandigheden worden aangevoerd die bij het oorspronkelijke onderzoek niet bekend waren en die het vermoeden wekken dat het oorspronkelijke oordeel anders zou zijn geweest.
De Hoge Raad oordeelde dat de aanvrage niet voldeed aan deze vereisten, omdat er geen nieuwe feitelijke omstandigheden waren aangevoerd. Daarom werd het verzoek niet-ontvankelijk verklaard en werd de eerdere veroordeling gehandhaafd.
De uitspraak werd gedaan door de vice-president en twee raadsheren, en uitgesproken op 5 oktober 2010.
Uitkomst: Het verzoek tot herziening wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van nieuwe feitelijke omstandigheden.