ECLI:NL:HR:2010:BN9709

Hoge Raad

Datum uitspraak
8 oktober 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
10/00754
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 350 lid 3 FwArt. 81 RO
Verwijzingen
3 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beëindiging toepassing schuldsaneringsregeling op voordracht rechter-commissaris

In deze zaak stond de beëindiging van de toepassing van de schuldsaneringsregeling (WSNP) centraal, op voordracht van de rechter-commissaris. Verzoekster had tegen het arrest van het gerechtshof beroep in cassatie ingesteld. De Hoge Raad verwijst naar eerdere vonnissen en arresten in de procedure, waaronder het vonnis van de rechtbank Rotterdam en het arrest van het gerechtshof te 's-Gravenhage.

De Advocaat-Generaal had geconcludeerd dat het cassatieberoep verworpen moest worden. De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en dat nadere motivering niet nodig was omdat de klachten geen rechtsvragen opriepen die van belang waren voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

Daarmee bevestigde de Hoge Raad het oordeel van het hof dat de schuldsaneringsregeling terecht was beëindigd op voordracht van de rechter-commissaris. Het arrest werd in het openbaar uitgesproken door raadsheer Numann op 8 oktober 2010.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de beëindiging van de schuldsaneringsregeling op voordracht van de rechter-commissaris.

Uitspraak

8 oktober 2010
Eerste Kamer
10/00754
DV/IS
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Verzoekster],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKSTER tot cassatie,
advocaat: mr. M.P. de Klerk.
Verzoekster tot cassatie zal hierna ook worden aangeduid als [verzoekster].
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. het vonnis in de zaak met het insolventienummer 07/713 R van de rechtbank Rotterdam van 17 december 2009,
b. het arrest in de zaak 200.052.209/01 van het gerechtshof te 's-Gravenhage van 16 februari 2010.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft [verzoekster] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Timmerman strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president D.H. Beukenhorst als voorzitter en de raadsheren E.J. Numann en W.A.M. van Schendel, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 8 oktober 2010.