ECLI:NL:HR:2010:BO0074
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- C.H.W.M. Sterk
- M.A. Loth
- Rechtspraak.nl
Vermindering gevangenisstraf wegens overschrijding redelijke termijn in cassatiefase
De verdachte stelde beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage. De Hoge Raad behandelde het beroep en oordeelde dat het eerste middel geen cassatiegronden bevatte die beantwoording behoefden in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
Het tweede middel betrof de overschrijding van de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro, doordat stukken te laat door het hof waren ingezonden. De Hoge Raad achtte dit middel gegrond en besloot de opgelegde gevangenisstraf van twaalf maanden te verminderen tot elf maanden en één week.
De overige klachten van de verdachte werden verworpen. De Hoge Raad vernietigde het bestreden arrest uitsluitend voor wat betreft de duur van de straf en verbeterde deze. Het arrest werd uitgesproken door de vice-president en twee raadsheren op 7 december 2010.
Uitkomst: Gevangenisstraf verminderd tot elf maanden en één week wegens overschrijding redelijke termijn in cassatiefase.