ECLI:NL:HR:2010:BO0144
Hoge Raad
- Herziening
- F.H. Koster
- W.M.E. Thomassen
- C.H.W.M. Sterk
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid van aanvrage tot herziening wegens ontbreken einduitspraak veroordeling
De zaak betreft een aanvrage tot herziening van een beschikking van de Hoge Raad van 8 december 2009. De aanvrage is ingediend door een advocaat namens de aanvrager. De Hoge Raad heeft eerder de aanvrager niet-ontvankelijk verklaard in het cassatieberoep tegen een beschikking van de Rechtbank te Amsterdam van 10 februari 2009.
In deze procedure is beoordeeld of de aanvrage tot herziening ontvankelijk is. De Hoge Raad oordeelt dat de beschikking tot herziening waarop de aanvrage betrekking heeft, geen einduitspraak houdende veroordeling is zoals bedoeld in artikel 457, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering.
Daarom kan de aanvrage niet worden ontvangen en wordt deze niet-ontvankelijk verklaard. De uitspraak is gedaan door de vice-president als voorzitter en twee raadsheren, en uitgesproken op 12 oktober 2010.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart de aanvrage tot herziening niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van een einduitspraak houdende veroordeling.