ECLI:NL:HR:2010:BO0147
Hoge Raad
- Herziening
- F.H. Koster
- J.W. Ilsink
- W.M.E. Thomassen
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid van herzieningsverzoek in strafzaak wegens ontbreken nieuwe feiten
De zaak betreft een verzoek tot herziening van een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage uit 1996, waarin de aanvrager is veroordeeld voor meerdere strafbare feiten waaronder verkrachting en diefstal met geweld.
De aanvrager, destijds gedetineerd in een forensisch psychiatrisch centrum, verzocht de Hoge Raad om herziening van het arrest op grond van nieuwe omstandigheden die bij het oorspronkelijke onderzoek niet bekend waren geweest.
De Hoge Raad beoordeelde dat het verzoek niet voldeed aan de wettelijke eisen van artikel 457 en Pro 459 van het Wetboek van Strafvordering, omdat het geen nieuwe, met bewijsmiddelen gestaafde feiten bevatte die het onderzoek zouden kunnen leiden tot vrijspraak, ontslag van rechtsvervolging of een lichtere straf.
Daarom verklaarde de Hoge Raad het verzoek niet-ontvankelijk en handhaafde het arrest van het hof. Het vonnis werd gewezen door de vice-president en twee raadsheren en uitgesproken op 12 oktober 2010.
Uitkomst: Het verzoek tot herziening wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van nieuwe feiten.