ECLI:NL:HR:2010:BO0191

Hoge Raad

Datum uitspraak
26 november 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
09/01147
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3:310 lid 2 BWArt. 81 RO
Verwijzingen
4 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verjaring bij mesothelioom door asbestblootstelling niet onaanvaardbaar naar redelijkheid en billijkheid

In deze zaak vorderen eisers schadevergoeding wegens mesothelioom veroorzaakt door blootstelling aan asbest. De kern van het geschil betreft de verjaring van hun vorderingen op grond van artikel 3:310 lid 2 BW Pro zoals dat gold tot 1 februari 2004. De rechtbank en het gerechtshof hebben het beroep op verjaring door Wilton Fijenoord gegrond verklaard en de vorderingen afgewezen.

Eisers stelden in cassatie dat het beroep op verjaring naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is, gelet op de lange latentietijd van mesothelioom en de omstandigheden van het geval. De Hoge Raad oordeelt echter dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie kunnen leiden en dat het beroep op verjaring niet onaanvaardbaar is. De Hoge Raad ziet geen aanleiding om af te wijken van de eerdere rechtspraak omtrent de toepassing van artikel 3:310 lid 2 BW Pro.

Het arrest bevestigt daarmee de geldigheid van het verjaringsverweer in situaties van asbestgerelateerde ziekten, ook wanneer de latentietijd lang is. De Hoge Raad veroordeelt eisers tevens in de kosten van het cassatiegeding.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt het verjaringsverweer van Wilton Fijenoord.

Uitspraak

26 november 2010
Eerste Kamer
09/01147
DV/AS
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
1. [Eiseres 1],
wonende te [woonplaats],
2. [Eiser 2],
wonende te [woonplaats],
3. [Eiser 3],
wonende te [woonplaats],
4. [Eiser 4],
wonende te [woonplaats], Frankrijk,
EISERS tot cassatie,
advocaat: mr. R.A.A. Duk,
t e g e n
DOK- EN WERFMAATSCHAPPIJ WILTON FIJENOORD B.V.,
gevestigd te Schiedam,
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. J. van Duijvendijk-Brand.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] c.s. en Wilton Fijenoord.
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. het vonnis in de zaak 632748 van de kantonrechter te Schiedam van 29 november 2005;
b. het arrest in de zaak 105.004.792/01 van het gerechtshof te 's-Gravenhage van 9 december 2008.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof hebben [eiser] c.s. beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Wilton Fijenoord heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor [eiser] c.s. toegelicht door mr. S.F. Sagel en mr. J.-W. van Geen, beiden advocaat te Amsterdam. Namens Wilton Fijenoord is de zaak toegelicht door haar advocaat.
De conclusie van de Advocaat-Generaal M.H. Wissink strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] c.s. in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Wilton Fijenoord begroot op € 1.846,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J.B. Fleers als voorzitter en de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, E.J. Numann, C.A. Streefkerk en W.D.H. Asser, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A. Hammerstein op 26 november 2010.