ECLI:NL:HR:2010:BO0194

Hoge Raad

Datum uitspraak
10 december 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
10/00134
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:406 BWArt. 81 RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzoek tot vaststelling kinderalimentatie en beoordeling restverdiencapaciteit

De zaak betreft een verzoek tot vaststelling van kinderalimentatie op grond van artikel 1:406 BW Pro, waarbij de restverdiencapaciteit van de man centraal stond. De rechtbank Utrecht heeft op 28 januari 2009 een beschikking gegeven, gevolgd door een beschikking van het gerechtshof te Amsterdam op 6 oktober 2009. De man stelde beroep in cassatie in tegen het arrest van het hof.

De vrouw heeft geen verweerschrift ingediend in cassatie. De Advocaat-Generaal adviseerde het cassatieberoep te verwerpen. De Hoge Raad heeft de aangevoerde klachten onderzocht maar geoordeeld dat deze niet leiden tot cassatie, mede omdat er geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling spelen.

De Hoge Raad heeft het beroep verworpen en daarmee het arrest van het hof bevestigd. De beschikking is gegeven door drie raadsheren en in het openbaar uitgesproken door een vierde raadsheer op 10 december 2010.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt het arrest van het hof.

Uitspraak

10 december 2010
Eerste Kamer
10/00134
DV/AS
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
[De man],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKER tot cassatie,
advocaat: mr. E. Meijer,
t e g e n
[De vrouw],
wonende te [woonplaats],
VERWEERSTER in cassatie,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de man en de vrouw.
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de beschikking in de zaak 252213/FA RK 08-4367 van de rechtbank Utrecht van 28 januari 2009,
b. de beschikking in de zaak 200.033.112 van het gerechtshof te Amsterdam, nevenzittingsplaats Arnhem, van 6 oktober 2009.
De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen de beschikking van het hof heeft de man beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De vrouw heeft geen verweerschrift ingediend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal M.H. Wissink strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
3. Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, W.A.M. van Schendel en C.A. Streefkerk, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 10 december 2010.