ECLI:NL:HR:2010:BO0404
Hoge Raad
- Cassatie
- J.W. van den Berge
- C. Schaap
- A.H.T. Heisterkamp
- M.W.C. Feteris
- R.J. Koopman
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt boetebeschikkingen inkomstenbelasting 1999-2000 wegens onvoldoende motivering opzet
Belanghebbende kreeg navorderingsaanslagen en boetes opgelegd over de jaren 1999 en 2000, alsmede een aanslag en boete over 2001. De navorderingsaanslagen en heffingsrente werden deels verminderd na bezwaar, maar de boetes werden gehandhaafd. De rechtbank verklaarde de beroepen gegrond voor zover het de boetes betrof en vernietigde deze deels. Het hof vernietigde vervolgens de uitspraak van de rechtbank over de boetes van 1999 en 2000 en bevestigde de uitspraak over 2001.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof onvoldoende had gemotiveerd waarom het opzet van belanghebbende aannemelijk was. Het enkel constateren dat een aanzienlijk deel van de omzet en winst niet was verantwoord, is onvoldoende om opzet te bewijzen. De berekeningen van de inspecteur bevatten geen aanwijzingen over bewustheid van onjuistheid door belanghebbende.
Daarom vernietigde de Hoge Raad het hofarrest voor zover het de boetes over 1999 en 2000 betrof en verwees de zaak terug naar het hof voor een nieuwe beoordeling van het opzet. Tevens werd de Minister van Financiën veroordeeld in de proceskosten van het cassatieberoep.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de boetebeschikkingen over 1999 en 2000 wegens onvoldoende motivering van opzet en verwijst de zaak terug naar het hof.