ECLI:NL:HR:2010:BO1816
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Vaststelling partneralimentatie en draagkracht bij wijziging inkomen na echtscheiding
De vrouw verzocht na echtscheiding vaststelling van partneralimentatie gebaseerd op het inkomen van de man bij zijn vorige werkgever inclusief overuren. De man werkte inmiddels bij een ander bedrijf met een lager inkomen en kon om gezondheidsredenen geen overuren meer maken.
De rechtbank stelde de behoefte van de vrouw vast en berekende de draagkracht van de man op basis van een fictief besteedbaar inkomen inclusief overuren, maar paste de 90%-regel toe om te voorkomen dat het resterende inkomen van de man onder 90% van de bijstandsnorm zou komen. De alimentatie werd daardoor lager vastgesteld dan de bruto berekening.
Het hof bekrachtigde de beschikking van de rechtbank maar nam aan dat het werkelijke inkomen van de man niet kon worden vastgesteld en dat overuren financieel meegewogen moesten worden. Desondanks paste het hof opnieuw de 90%-regel toe en beperkte de alimentatie.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof onbegrijpelijk handelde door de 90%-regel toe te passen terwijl het werkelijke inkomen niet vaststond en overuren wel degelijk in aanmerking genomen moesten worden. Daarom vernietigde de Hoge Raad de eindbeschikking van het hof en verwees de zaak naar een ander gerechtshof voor verdere behandeling.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de eindbeschikking van het hof en verwijst de zaak voor verdere behandeling naar een ander gerechtshof.