ECLI:NL:HR:2010:BO2021
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad behandelt cassatieberoep inzake inkomstenbelasting aanslag 2005
Belanghebbende X te Z heeft beroep in cassatie ingesteld tegen de uitspraak van de Rechtbank te 's-Gravenhage van 1 februari 2010, waarin het verzet van belanghebbende tegen de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over het jaar 2005 werd behandeld.
De Hoge Raad heeft dit cassatieberoep op 29 oktober 2010 behandeld en het beroep afgedaan met toepassing van artikel 81 van Pro de Wet op de Raad van State (RO). Dit artikel betreft de niet-ontvankelijkheid van het beroep in cassatie als niet aan de vereisten is voldaan.
De zaak betreft een geschil over de aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen over het jaar 2005, waarbij belanghebbende bezwaar en verzet had aangetekend tegen de belastingaanslag. De rechtbank heeft het verzet behandeld en een uitspraak gedaan waartegen het cassatieberoep is ingesteld.
De Hoge Raad heeft uiteindelijk het cassatieberoep niet-ontvankelijk verklaard, waarmee de uitspraak van de rechtbank in stand blijft. Daarmee is de belastingaanslag definitief geworden.
Deze uitspraak bevestigt de strikte toepassing van artikel 81 RO Pro bij cassatieberoepen in belastingzaken, waarbij niet-ontvankelijkheid wordt uitgesproken indien niet aan de formele vereisten is voldaan.
Uitkomst: Het cassatieberoep is niet-ontvankelijk verklaard, waardoor de uitspraak van de rechtbank in stand blijft.