ECLI:NL:HR:2010:BO3583

Hoge Raad

Datum uitspraak
24 december 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
10/00002
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Verwijzingen
6 uitgaand · 3 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad vernietigt hofarrest over omvang schadevergoeding bij kennelijk onredelijk ontslag

In deze zaak staat de omvang van de schadevergoeding centraal die aan eiser toekomt wegens het door Bouwmarkt gegeven ontslag, dat door het hof als kennelijk onredelijk is beoordeeld. De Hoge Raad verwijst naar eerdere arresten waarin is vastgesteld dat het hof ten onrechte bij de vaststelling van de schadevergoeding is uitgegaan van de kantonrechtersformule met een correctiefactor van 0,5, ook wel de XYZ-formule genoemd.

De Hoge Raad vernietigt daarom het arrest van het hof Amsterdam van 15 september 2009 en verwijst het geding naar het gerechtshof te 's-Gravenhage voor verdere behandeling en beslissing. Zowel het principale als het incidentele cassatieberoep worden toegewezen, waarbij partijen elk in de kosten van het cassatiegeding worden veroordeeld.

De zaak betreft een arbeidsrechtelijk geschil tussen eiser en Bouwmarkt Beverwijk B.V. en Bouwmarkt Haarlem B.V. over de juiste berekening van de schadevergoeding na kennelijk onredelijk ontslag. De Hoge Raad benadrukt dat de kantonrechtersformule niet zonder meer toepasbaar is en dat een juiste rechtsopvatting vereist is bij de vaststelling van de vergoeding.

De uitspraak is van belang voor de toepassing van de regels omtrent schadevergoeding bij onredelijk ontslag en bevestigt de jurisprudentie van de Hoge Raad over het gebruik van de kantonrechtersformule.

Uitkomst: Het arrest van het hof Amsterdam wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen naar het hof Den Haag voor verdere behandeling.

Uitspraak

24 december 2010
Eerste Kamer
10/00002
EV/AS
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Eiser],
wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie, verweerder in het incidentele cassatieberoep,
advocaat: mr. R.A.A. Duk,
t e g e n
1. BOUWMARKT BEVERWIJK B.V.,
gevestigd te Beverwijk,
2. BOUWMARKT HAARLEM B.V.,
gevestigd te Haarlem,
VERWEERSTERS in cassatie, eiseressen in het incidentele cassatieberoep,
advocaat: mr. E. van Staden ten Brink.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] en (in enkelvoud) Bouwmarkt.
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. het vonnis in de zaak 142040/HA ZA 08-8 van de rechtbank Haarlem van 2 juli 2008;
b. het arrest in de zaak 200.015.155/01 van het gerechtshof te Amsterdam van 15 september 2009.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. Bouwmarkt heeft incidenteel cassatieberoep ingesteld. De cassatiedagvaarding en de conclusie van antwoord tevens houdende incidenteel cassatieberoep zijn aan dit arrest gehecht en maken daarvan deel uit.
Partijen hebben over en weer geconcludeerd tot referte.
De zaak is voor [eiser] toegelicht door zijn advocaat.
De conclusie van de Advocaat-Generaal J. Spier strekt in zowel het principale als in het incidentele beroep tot vernietiging van het bestreden arrest.
3. Beoordeling van het middel in het principale en in het incidentele beroep
3.1 Het gaat in deze zaak om de omvang van de aan [eiser] toekomende schadevergoeding wegens het door Bouwmarkt aan hem gegeven ontslag, dat naar het - in cassatie niet bestreden - oordeel van het hof kennelijk onredelijk is.
3.2 Zoals volgt uit hetgeen de Hoge Raad heeft overwogen in zijn arresten van 27 november 2009, nr. 09/00978, LJN BJ6506, NJ 2010/493, en 12 februari 2010, nr. 09/03517, LJN BK4472, NJ 2010/494, geeft het oordeel van het hof blijk van een onjuiste rechtsopvatting waar het bij de vaststelling van de hoogte van de aan [eiser] toe te kennen schadevergoeding is uitgegaan van de zogeheten kantonrechtersformule met een correctiefactor van 0,5 (XYZ-formule).
3.3 De daarop gerichte klachten van de middelen slagen.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
in het principale beroep en in het incidentele beroep:vernietigt het arrest van het gerechtshof te Amsterdam van 15 september 2009;
verwijst het geding naar het gerechtshof te 's-Gravenhage ter verdere behandeling en beslissing;
in het principale beroep voorts:
veroordeelt Bouwmarkt in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [eiser] begroot op € 6.341,16 aan verschotten en € 2.600,-- voor salaris;
in het incidentele beroep voorts:
veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Bouwmarkt begroot op € 68,07 aan verschotten en € 2.600,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, W.A.M. van Schendel en C.A. Streefkerk, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 24 december 2010.