ECLI:NL:HR:2010:BO3635
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt uitspraak Centrale Raad van Beroep inzake besluiten Algemene Ouderdomswet
In deze zaak heeft de Hoge Raad het cassatieberoep van belanghebbende tegen de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 16 april 2009 behandeld. De Centrale Raad van Beroep had het hoger beroep van belanghebbende tegen uitspraken van de Rechtbank Amsterdam betreffende besluiten op grond van de Algemene Ouderdomswet (AOW) behandeld.
De Hoge Raad heeft het beroep in cassatie afgedaan met toepassing van artikel 81 van Pro de Wet op de Raad van State (RO), waarmee het cassatieberoep is verworpen. Hierdoor blijft de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep ongewijzigd van kracht.
De zaak betreft geschillen over besluiten ingevolge de Algemene Ouderdomswet, waarbij belanghebbende bezwaar maakte tegen de vaststelling van zijn AOW-rechten. De Hoge Raad heeft geen aanleiding gezien om het oordeel van de lagere bestuursrechter te verstoren.
De uitspraak bevestigt daarmee de rechtmatigheid van de besluiten en de wijze waarop de Centrale Raad van Beroep deze heeft getoetst. De Hoge Raad heeft geen nadere motivering gegeven, wat gebruikelijk is bij afdoening op grond van artikel 81 RO Pro.
Uitkomst: Het cassatieberoep is verworpen en de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep bevestigd.