ECLI:NL:HR:2010:BO3676
Hoge Raad
- Cassatie
- E.J. Numann
- J.C. van Oven
- C.A. Streefkerk
- C. Schaap
- C.E. Drion
- Rechtspraak.nl
Geen recht op 35%-vergoedingsregeling door verblijfseis bij fiscaal adviseursfout
Eiser, een tandarts die in het buitenland werkte, wilde fiscaal voordeel behalen via de 35%-vergoedingsregeling voor buitenlandse werknemers. Hij vorderde schadevergoeding wegens een vermeende beroepsfout van zijn fiscaal adviseur die hem niet tijdig op deze regeling zou hebben gewezen.
De regeling biedt een belastingvoordeel aan werknemers die niet binnen tien jaar voorafgaand aan hun tewerkstelling in Nederland hebben verbleven. Het hof oordeelde dat eiser niet voldeed aan deze verblijfseis omdat hij in de relevante tienjaarsperiode meerdere korte verblijven in Nederland had, waardoor hij geen recht op de regeling had en dus geen schade had geleden.
Eiser voerde aan dat het hof ten onrechte de feitelijke verblijfseis beslissend had geacht in plaats van de vraag of de Belastingdienst het verzoek tot toepassing van de regeling zou hebben ingewilligd. De Hoge Raad verwierp dit verweer en bevestigde dat het aan eiser was om het relevante verblijf te bewijzen.
Ook werd geoordeeld dat het hof terecht als richtsnoer de latere regeling uit het Uitvoeringsbesluit loonbelasting 1965 gebruikte voor de uitleg van de verblijfseis, zonder dat dit in strijd was met het legaliteitsbeginsel.
De Hoge Raad wees het beroep af en veroordeelde eiser in de kosten van het cassatiegeding.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt dat eiser geen recht had op de 35%-regeling, waardoor geen schadevergoeding wordt toegekend.